|
tScapreel Links
|
Na de Plimoth Plantation zijn andere openluchtmusea, evenals enkele oude huizen die als museum zijn ingericht, er ook toe overgegaan om het verleden dat bij de locatie past na te 'spelen'. Vanuit de USA is de daar inmiddels al flink ingeburgerde en ook theoretisch goed onderbouwde techniek, want zo kun je het bijna wel noemen, overgenomen in Europa. Het eerst in Engeland, waar men ook al weer enkele tientallen jaren in diverse 'stately homes' enkele keren per jaar het leven in de hoogtijdagen van het gebouw naspeelde (zie o.a. Kentwell Hall, Long Melford, Suffolk). Inmiddels zijn er ook in België, Frankrijk, Denemarken, Zweden en Duitsland LG projecten die allerlei verschillende tijden laten zien.
Het publiek is over het algemeen enthousiast. Je kunt als het ware de geschiedenis aanraken, ruiken, proeven en horen. Het is allicht een intensievere belevenis dan het bekijken van vitrines met uit vroeger tijden bewaard gebleven voorwerpen met kleine, moeilijk leesbare, kaartjes erbij, die je nog niet veel wijzer maken over de toepassing van al dat oude spul. Kinderen zijn met name gek op deze historische 'hands-on' locaties. Geinspireerd door deze successen hebben andere musea, en recentelijk zelfs steden, LG projecten gehad of gestart. tScapreel heeft enkele keren met veel succes kastelen en andere gebouwen bevolkt en zo laten zien hoe dergelijke locaties bewoond werden.
De definitie is als volgt te
verwoorden:
Andere organisaties maken de fout een groep 're-enacters' in te huren om een LG project te 'doen'. 'Re-enacters' oftwel her-opvoerders (wederopvoerders zeggen onze Vlaamse vrienden) proberen een historische gebeurtenis of een bestaand hebbende, meestal militaire, groep zover te reconstrueren dat hij een goed beeld geeft van hoe het toen toeging. Met zo'n militair gezelschap voeren ze dus, bijvoorbeeld, een historische veldslag op. In oktober 2006 was in Battle (Engeland) weer de vijf/zesjaarlijkse reconstructie van de slag bij Hastings (1066) te zien, 940 jaar na dato en op hetzelfde slagveld als toen, maar natuurlijk met beduidend minder mensen (2.400 in plaats van 15.000) en paarden en zonder doden en gewonden. In Engeland doet men dat soms al langer dan 30 jaar. Militaire groepen, van Romeinse legionairs tot Tweede Wereldoorlog Tommies, verzamelen en maken tot in de puntjes kloppende militaire uitrustingen en kampementen en tonen op die manier hoe het vroeger toeging. Natuurlijk zijn sommige aspecten van re-enactment, bijvoorbeeld het kampleven, een vorm van LG. De re-enacters behoren echter allen bij verenigingen en zijn, ondanks hun kennis van zaken en uitermate gedetailleerde uitrustingen, amateur LG-spelers zonder ervaring (op enkele uitzonderingen na) in het omgaan met publiek, het improviserend acteren, het educatie bedrijven en het geven van begrijpelijke informatie. Ze komen daarom dikwijls het nodige tekort of schieten spectaculair hun doel voorbij als het om LG gaat. In wezen voeren re-enacters shows op en mag het publiek in het kamp 'aapjes kijken'. Engelse theoretici onderscheiden ook nog 're-creation' (het presenteren van een typerende historische gebeurtenis voor publiek: een militaire excercitie, een ceremonie, een executie, een politieke vergadering, etc) en 're-construction' (het bouwen van een replica van een historisch voorwerp, vervoermiddel of gebouw), maar daaraan hebben we hier in Nederland niet zo'n behoefte.
Bovenstaande voorwaarden zijn niet de enige, maar wel de belangrijkste. Als een LG project niet tenminste volgens dit lijstje is opgezet, dan ontbreken er in ieder geval enkele cruciale aspecten. Het is de vraag of zo'n project dan kans van slagen heeft. Ik zou daar dan flink aan twijfelen.
Ook de uitrusting en kleding van de spelers kosten geld. De meeste projecten, vooral degene die perioden van voor 1900 willen laten zien, bezuinigen hier graag op en laten de spelers in voddige, katoenen kleding lopen en geven ze, bijvoorbeeld, bruingebeitste vurenhouten meubels en ander houtwerk, in plaats van kleding van wol en linnen en eikenhouten krukjes. Natuurlijk geeft zoiets geen goed beeld van de betreffende periode. Het is daarom dikwijls beter twee of drie geheel correct aangeklede en uitgeruste spelers neer te zetten, dan een locatie vol te gooien met twintig krakemikkig uitgeruste figuren. Zelfs als ze goed zijn, zal hun uiterlijk aan het beeld afdoen en kunnen de mensen zich nooit zo voelen als de voorouders die ze uitbeelden. Op de mensen die het moeten doen
wordt, jammer genoeg, ook dikwijls flink bezuinigd. Het liefst
wordt gewerkt met vrijwilligers: "want die kosten niets".
Men denkt er dikwijls niet bij na dat als vrijwilligers niet
goed voldoen, het publiek wegblijft en er dus steeds minder inkomsten
zijn. Ze kosten dus wel degelijk wat. Niet goed opgeleide vrijwilligers
kunnen het publiek zelfs afschrikken, boos maken of agressieve
handelingen uitlokken; hetgeen ook geen goed effect oplevert
voor het project op zich. Ook dit kan dus een gevolg zijn van
het te weinig geld uitgeven. Trouwens: een slechte pers, veroorzaakt
door amateuristisch acteren, het uitlokken van agressie of klachten
van bezoekers kan een LG project voor jaren een slechte naam
geven en het zelfs geheel laten mislukken. Het is meestal nodig dat een team van verschillende deskundigen die opleiding geeft. De achtergrond van de kennis moet historisch kloppen en duidelijk opgeschreven zijn en dan moet die kennis ook nog op een begrijpelijke en niet saaie manier overgebracht kunnen worden. De fysieke technieken van diverse beroepen moeten aangeleerd worden. Improviserend acteren kan alleen door speciale regisseurs onderwezen worden. En dat zijn nog maar de belangrijkste onderdelen van de opleiding. Wat bijvoorbeeld te denken van het je bewegen en werken in historische kleding of de zorg ervoor? Of het aanleren van een bepaalde soort spraak in een historische context? Allemaal werk voor specialisten. En niet in een paar dagen aangeleerd... De mensen die al langer met het vak bezig zijn, zijn het er soms niet over eens of LG spelers nu acteurs moeten zijn of niet. Ik denk van niet. Acteurs hebben een bepaalde opleiding gehad die ze klaar stoomt voor optredens op het toneel of tv en in film. Sommigen hebben een improvisatieopleiding gevolgd en kunnen voor het publiek improviseren op door dat publiek opgegeven thema's. Geen enkele acteur heeft echter les gehad in het tussen het publiek tegelijk een rol spelen en informatie overbrengen, ingaan op opmerkingen of handelingen van datzelfde publiek en dan ook nog een vak of bedrijf uitoefenen. Dit vraagt mensen met een natuurlijke aanleg voor acteren en vertellen en die ook nog open staan voor hun omgeving, snel kunnen reageren en die dan ook nog in kunnen gaan op onverwachte gebeurtenissen. Ga er maar aan staan... Zijn die mensen dan wel te vinden? Jawel, ik ken er een heleboel. En geen van hen heeft toneelschool gehad. Dat zou zelfs eerder een handicap zijn geweest. Wij van tScapreel weten hoe we die mensen kunnen vinden en hoe je ze moet beoordelen en opleiden. Wij hebben zelf trouwens juist die deskundigen en specialisten in huis die een volledige LG spelers-opleiding kunnen verzorgen. Daarnaast weten we alles van historische achtergronden, gebouwen en ruimtes, meubels, kostuums en requisieten en hebben we een geoefende groep spelers bij de hand die in eerste instantie een LG project kan trekken en die in tweede instantie anderen kan bijstaan. U ziet: door onze ervaring in het adviseren, uitvoeren en spelen van LG projecten is tScapreel de aangewezen instantie om iedereen die dat zou willen met zijn eigen project te helpen. Henk 't Jong
|