tScapreel Columns Archief

Alle columns zijn copyrighted Henk 't Jong/tScapreel/2009 en geschreven toestemming is vereist voor het publiceren of overnemen ervan.




Terug naar de Column-pagina

1 Breedbeeld Spektakel Recept

Ik vraag mij af hoe het komt dat een film als Gladiator met vijf Oscars is gaan strijken. Het thema is identiek met alle 'Togafilms' sinds de uitvinding van de bioscoop, het verhaal bestaat geheel uit cliché's, historisch gezien klopt er geen hout van en de kostuums zijn helemaal om te huilen. Zoals een lid van de H-Costume list al opmerkte: het leek of Russell Crowe het zelfde kostuum droeg als Richard Burton in 'The Robe' uit 1953 (regie: Henry Koster). De kostuums kregen toen ook al een Oscar. Zou de ontwerpster dat in haar achterhoofd hebben gehad? Een gedachte als: "Als ik net zoiets maak als toen, maak ik een goede kans..."?

Persoonlijk heb ik de indruk dat als er een producer komt met het idee om weer eens een speltakelfilm te gaan maken, de daarvoor uitgekozen acteurs al in hun handen wrijven: dat wordt weer een makkie en we kunnen als hij een beetje loopt (een kwestie van veel geld besteden aan 'special effects' en voldoende schreeuwende publiciteit) flink vangen. Acteren is nooit nodig. Er zitten hoogstens zes close-up encounters in: twee met de 'baddy', drie met de 'love-interest' en dan nog één met de te vroeg overleden/gesneuvelde vriend/zoon/moeder. De rest zijn actieshots, halftotalen met statisch gezever, totalen met veel volk of natuur, travelershots en van grote afstand genomen reisscenes. Als je als hoofdrolspeler kunt paardrijden (en wie kan dat niet?) en een zwaard kunt zwaaien (gauw genoeg geleerd), kun je ook nog wat extra's incasseren en hoeft niet alles door 'stunt-doubles' gedaan te worden. De 'fighting-instructor' en de 'stunts-coordinator' hebben weer eens klus om de tanden in te zetten, evenals het 'computer-animation department'. De kostuumontwerper kan lekker aan de slag met kleding die hoogstens aan de originelen geroken hoeft te hebben en ze moet vooral goed duidelijk maken wie de 'slechten' zijn, door ze zwarte pakken aan te geven (de Pretoriaanse Garde, notabene altijd de meest bontgeklede en uitgeruste militairen van het Romeinse Rijk!!!).

De hoofdrol hoeft alleen maar interessant gekleed (of ontkleed) en geschminkt aanwezig te zijn en zijn beproefde helden-poses in te nemen. De gezichtsuitdrukking staat op 'bezorgd' of 'behoorlijk bezorgd', typisch de enige bekken die Russell Crowe nodig had (of kon vinden). En daar kreeg hij nog een Oscar voor ook... De 'female-lead' mag in zoveel (blote) jurken door de rolprent lopen als mogelijk is en de 'baddy' mag een paar keer lekker uit zijn dak gaan; 'character acting' heet zoiets. Verder zijn er nog de extra lui, die enkele regels tekst en diverse decoratieve poses hebben.

Actie en atmosfeer bepalen de rest van het verhaal. De actie is van a tot z gechoreografeerd en ingestudeerd en lekker close gemonteerd in steeds spectaculairder, op de computer gemaakte, sets. Honderden figuranten uit derde wereld landen of anders voor een schijntje ingehuurd (in The Scottish Movie notabene het leger), maar ook digitaal, veel bloed en veel geschreeuw. En grondmist voor de mooie plaatjes. Allemaal goed voor de special effects Oscar. Voila: het Breedbeeld Spektakel Recept.

Gladiator is één van de recentere schoolvoorbeelden van een Hollywood cliché film. Zelfs de door iedereen zo bejubelde openingsscene, de slag in het dennenwoud, is niet meer dan een net zo knullig vormgegeven oorlogsscene als die in TSM of Patriot, maar dan alleen in een andere setting. Daarbij lijkt hij rechtstreeks gebaseerd op het schilderij 'De Furie van de Gothen' van Paul Ivanovitz (zie afbeelding).

 

 

 

 

 


 

Paul Ivanovitch; De Furie van de Gothen, afgebeeld in: H.W. Koch, Over Hellebaarden, Donderbussen en Huurlingen; Het Krijgsbedrijf in de Middeleeuwen, Amsterdam/Brussel, 1980, p. 16

Kortom: wat is het verschil met al die andere spektakels? Dat is er niet, behalve dat het in een andere tijd speelt. Waarom dan al die Oscars? Omdat het zo'n goed verhaal is? Kom nou! Omdat er zo goed geacteerd wordt? Bullshit! Vanwege de special effects? Als je er maar genoeg geld insteekt... Omdat het zo'n historisch betrouwbaar verhaal is? Vergeet het maar! De historisch adviseur is niet voor niets geschokt en teleurgesteld weggelopen!

Laat mij in de toekomst maar verschoond blijven van dit soort wanproducten.

Waarom dit verhaal op een website over de Middeleeuwen? Het zijn niet alleen de 'Togafilms' die aan dit gebrek mank gaan, het gaat om (bijna) alle 'historische' films. Het lijkt erop dat er niet gekeken wordt naar het echte historische verhaal, dat meestal helemaal geen toevoegingen of veranderingen behoeft, maar dat elk historisch gegeven gewoon, bijna ongezien, direct ondergeschikt gemaakt wordt aan het clichebeeld dat 'Hollywood' van de geschiedenis heeft en aan de eisen waaraan elke Hollywood film moet voldoen. Dat is het kwalijke van de zaak! Dat het ook anders kan bewijst de BBC bijna keer op keer met zijn Regency drama's en Dickens verhalen. Hoewel... de serie Ivanhoe ging ook nogal mank aan cliche-beelden en verdere foute art-direction oplossingen. Misschien liggen de Middeleeuwen gewoon te ver terug in de tijd om er een betrouwbaar beeld van te geven. Of misschien schakelen ze de juiste adviseurs niet in...

5.4.2001
Terug naar boven


2 DZZZJINGG!

Wat gebeurt er, volgens Hollywood, als je een zwaard trekt? Dan hoor je: DZZZJINGG!
Dat komt omdat die metalen klingen, volgens Hollywood, uit een metalen schede getrokken worden. Dat geluid hoor je daarom in elke film waar met blanke wapens wordt gezwaaid: Romeins, ridders en musketiers. Een Hollywood-cliché werd het. Het bleef ook niet beperkt tot de 'cloak-and-dagger' films uit Californië, maar het wordt letterlijk over de hele wereld gehoord. Over gedachtenloos kopiëren gesproken! En dat al meer dan zeventig jaar...

Nu zijn er inderdaad metalen schedes geweest. De bekende lange ruitersabels van de (laat) 18e eeuwse en latere cavalerie zaten in dat soort schedes. De meeste ervan waren echter gevoerd met leer, perkament of zelfs stof. En als ze dat niet waren, verloor de kling snel zijn scherpte door het schuren langs het metaal, zoals bij de Britse Lichte Dragonders sabel van 1797, die nog de hele Napoleontische Oorlog door gebruikt werd.

Andere schedes, van de klassieke tijd tot nu, hebben altijd metalen onderdelen gehad, van opening tot punt en ook nog daartussen (voornamelijk de banden waar ringen voor de ophanging aan bevestigd waren), maar die zaten aan de buitenkant. De rest was voornamelijk van leer, dat in veel gevallen over dunne houtstrips was gespannen, die op hun beurt soms van binnen weer bekleed waren met linnen, perkament of wollen vilt. Als je daar een zwaard langs trekt, hoor je...niks!

Waar komt die misvatting dan vandaan? Waarschijnlijk dachten de Hollywood 'props- and costumedepartments' echt dat schedes geheel uit metaal vervaardigd waren en maakten ze daarom blikken replica's, die natuurlijk echt DZZZJINGG! deden als je er een bot metalen nep-zwaard uittrok. Die gedachte was op zich voor die tijd niet zo vreemd, want tot aan de introductie van de diverse gietharsen, werden schilden ook altijd van blik gemaakt. Die leken dan na een paar klappen op autospatborden na een fikse aanrijding. Ik moet nog steeds lachen als ik aan 'The Black Shield of Falworth', met Tony Curtis in de hoofdrol, denk, wiens schild er na een gevecht als een zwaar gehavend deksel van zo'n Amerikaans vuilnisvat uitzag. Iedereen weet inmiddels (of zou moeten weten) dat echte schilden van hout waren gemaakt en bedekt waren met erop gelijmd linnen of leer.

Dat echte schedes van leer waren is misschien (maar niet waarschijnlijk) inmiddels ook doorgedrongen tot de kostuumontwerpers of 'art directors', maar dat ze dan geen metalen geluidseffect geven blijkbaar niet. Het publiek verwacht misschien zelfs dat een getrokken zwaard zo'n geluid geeft en men kan daarom dus niet meer terug. Het wordt van ze verwacht! Dat echte en goed gereproduceerde schedes dat geluid niet meer laten horen, geeft dan ook niet meer, want inmiddels bestaat er waarschijnlijk al lang een digitaal opgeslagen geluidseffect voor, want ook de huidige plastic replica's geven natuurlijk geen metalig sound effect. Er wordt een zwaard getrokken? Hup; tape X in de machine en draaien maar...

En het bleef niet bij de bioscoopfilm. Ik hoor het ook in voor TV gemaakte films of series. Het blijft ook niet bij Westerse films, want ook de uit hun houten schedes getrokken samurai zwaarden laten het vertrouwde geluid horen.

Het toppunt was onlangs te zien op de BBC. Tijdens een politieserie werden in een keukenscene enkele messen uit zo'n houten blok op de aanrecht getrokken. Wat denkt je? Juist... DZZZJINGG!

16 april 2001

Terug naar boven


3 Historie = Spektakel!

Stel dat je een geschiedenisboekje uit 2551 in kon kijken, hoe zou de 20e eeuw dan behandeld worden? Iets als:
Dit was een zeer gewelddadige eeuw, waarin in twee grote oorlogen plaats vonden die samen nog geen tien jaar duurden, maar waarin ca 50 à 55 miljoen doden onder zowel burgers als militairen vielen. Daaronder waren ca 6 miljoen mensen van het Joodse ras die in vernietigingskampen werden vermoord, evenals vele zigeuners, homofielen en andere 'onaangepasten' aan de toen heersende moraal. Daarnaast waren er die eeuw nog zo'n 400 kleinere en kortere oorlogen die bij elkaar bijna evenveel slachtoffers vergden. Ook eisten wegverkeer, hartziekten, alcohol, zinloos geweld, kanker, veerboot-, trein- en vliegrampen en gifstorten en -rampen nog eens vele miljoenen mensenlevens. Besmettelijke plagen als het AIDS virus doodden hele bevolkingsgroepen en andere geheimzinnige ziekten deden daar nog eens een schepje bovenop. Kortom: geweld en ziekten waren de kenmerken van die eeuw. Zijn wij niet gelukkig dat we in de vooruitziende en gematigde 26e eeuw leven?

Herkent u hierin uw eigen tijd? Als u de kranten leest of naar het nieuws kijkt of luistert en wat van de geschiedenis weet zeker wel, maar is het nou zo erg in uw woonomgeving? Ik hoop het niet. En hoeveel van die vreselijkheden heeft u in uw leven nou zelf meegemaakt? Hier gaat het trouwens maar over één eeuw. Een periode als, zeg, de Middeleeuwen, duurden van circa 500 tot ca 1500, zo'n duizend jaar of tien eeuwen. Wat zeggen de geschiedenisboekjes van nu echter over de Middeleeuwen?

Verregaande barbarij door de Volksverhuizingen, invallen van de Vikingen, 200 jaar lang kruistochten die vele duizenden levens aan de kanten van Christendom en Islam kostten, oorlogen die 100 jaar duurden tussen Frankrijk en Engeland, vreselijke pestepidemieën die een kwart tot een derde van de Europese bevolking uitroeiden, hongersnoden, onhygiënische toestanden en achterblijvende geneeskunde die voor nog eens vele slachtoffers zorgden. Kortom: ellende alom. Aan de andere kant waren er ook zulke zaken als de Inquisitie, onderzoekers naar verregaande ketterij en hekserij die mensen levend verbrandde, de dronken Tempeliers die geheimzinnige zaken beheerden en grote schatten verborgen hielden, de Katharen, een soort new-age christenen die ondanks een serie gewelddadige kruistochten er toch niet geheel onder te krijgen waren, of legendes van magische koninkrijken als die van Karel de Grote en Arthur of die van grote helden als Richard Leeuwenhart en Robin Hood of heiligen als Jehanne d'Arc.

Herkent u dat beeld? Je hoeft maar naar Discovery Channel te kijken of je krijgt al die 'informatie' met bakken voorgezet. Een serieus op de camera inpratende 'presenter' voorzien van een koor aan getitelde 'deskundigen' en veel sfeervolle beelden van de hedendaagse ruïneuze overblijfselen van middeleeuwse gebouwen in een mooi herfst- of lentelicht of juist kale en barre winterlandschappen of zeegezichten (vooral geliefd bij vikingreportages) of juist zomerse bloemenweides zijn de ingrediënten van de documentaires over de genoemde onderwerpen. Ook rook, mist en vuur, evenals in slow motion en overvloeiend gefilmde scenes met vechtende en marcherende re-enacters in wapenrusting doen het altijd goed. Ook de gewelddadige 20ste eeuw is trouwens goed vertegenwoordigd op dit kanaal, dat Wereldoorlog I en II grondig uitbeent op niet mis te verstane sensationele manier. Gelukkig hoeven ze hier geen beelden bij te verzinnen; tussen de deskundigen wemelt het van militaire en nieuwsfilms die niet voor meerdere uitleg vatbaar zijn.

De laatste paar jaar worden dit soort documentaires ook op gerenommeerde zenders als de BBC en onze eigen Nederland 2 of 3 getoond. Het zijn soms de al eerder op Discovery, of het Amerikaanse History Channel, getoonde films die hun tweede of derde leven daar beginnen, en op den duur ook weer worden herhaald bij hun oorspronkelijke stations. Niet alleen worden dit soort documentaires dus gerecycled, maar ook nieuwe worden op deze sensationele en 'beproefde' manier gemaakt. Heeft iemand de 'History of Britain' deel 1 gezien? Die is voor en door de BBC gemaakt en heeft alle bovengenoemde ingrediënten van de 'Discovery Channel School' in zich. Inclusief de presentator, de ijdele, zeer veel in het beeld zijnde Simon Schama, die mij al die tijd dat ik hem zag deed denken aan zo'n knikkend hondje dat je op de hoedeplank van je auto kunt zetten en welks kopje dan na elke hobbel in de weg een tijd na blijft schudden. Er zijn nu drie afleveringen van deel 2 geweest en het is weer van hetzelfde laken een pak...

Het lijkt erop dat geschiedenis synoniem moet zijn met spektakel en sensatie, omdat het anders niet 'verkoopt'. Dat geldt ook voor school. De jeugd schijnt zo'n hekel te hebben aan dit vak dat de schoolboekenschrijvers en leraren niet anders meer kunnen bedenken dan zo kleurrijk (= sensationeel) mogelijk over rampen, oorlogen en andere ellende te schrijven, uitbundig geïllustreerd met steeds weer dezelfde miniaturen en ander uit de geschiedenis overgebleven pakkend beeldmateriaal. Anders wordt het te saai en dat is funest voor het jonge volkje en de orde in de klas. De zap-generatie moet tegemoet gekomen worden. Dieper begrip moet wijken voor oppervlakkige zinnenbevrediging en het 'pakken van het publiek' wordt beoefend door middel van het presenteren van het geheimzinnige, het enge en het spectaculaire.

Zelfs het Jeugdjournaal doet mee. Zo zonden ze afgelopen maandagavond 14 mei een nog geen vijf minuten durende impressie van de door tScapreel van ambachtslieden, muzikanten, dansers en spelbegeleiders voorziene Kinderjaarmarkt in Bergen op Zoom uit en wie waren er prominent in het filmpje te zien? Geen ambachten, muzikanten (behalve van verre) of spelende kinderen, maar wel een warrige presentatie van verkeerd uitgebeelde pest- en lepralijders, plus commentaar over hoe zielig die middeleeuwers toch wel waren.

Over de moderne manier van 'geschiedenis beleven' een volgende keer.

23 mei 2001

Terug naar boven


4 Historie als Soap!

Hoe houd je geschiedenis interessant voor de gemiddelde leek? De vorige keer hebben we de spektakel-versie behandeld, nu komt de emotionele invalshoek aan de orde. Deze methode wordt de laatste jaren nogal prominent toegepast door, 'of all providers', de BBC. Goeie ouwe BBC maakt zich schuldig aan historie = emotie? Jawel. En deze gedegen omroep van zulke geweldige programma's als 'Meet the ancestors', 'Timewatch', 'The House Detectives' en 'The People Detective' lijkt de kunst afgekeken te hebben van ons eigen 'Big Brother'. Ze maken er een mix van een soap, reality TV en een verkleedpartijtje van, plus een vleugje echte historie.

Wat is het recept? Zet een oproep in de media voor deelnemers aan een historie experiment en geheid komen daar honderden aanmeldingen op. Gooi de echte kenners en de mensen met praktische ervaring in de periode eruit. Houd gesprekken met de meest veelbelovende anderen en neem die op video op. Laat de huispsycholoog daar naar kijken en hij zal een leuke mix van probleemgevallen eruit lichten die gegarandeerd zullen zorgen voor vuurwerk op de TV. Verbied de deelnemers om iets te weten te komen over het werkelijke leven in de tijd. Richt de locatie in met net niet de goede spullen en houd ze kort waar het om comfort gaat. Laat ze een flinke tijd in de locatie los met overal camera's die hen volgen in wat ze ook doen en vergeet vooral de 'biechtstoel'camera niet om je diepste gevoelens in kwijt te raken. Zet er tijdens de uitzending een 'passend' muziekje onder en een donkerbruine mannenstem die telkens op lugubere wijze de volgende calamiteit voorspelt (met vooral een 'cliffhanger' aan het eind van elke aflevering) en laat enkele tamme historici of archeologen tussendoor commentaar leveren op het historische deel van het gebeuren.

Een paar jaar geleden was een echtpaar met vier kinderen de sigaar, toen ze een flinke tijd in een huis uit 1900 moesten doorbrengen met een te klein fornuis en in eerste instantie zonder huishoudelijke hulp. De vrouw des huizes klaagde overal over (waar ze wel enigszins het recht toe had), de man kon overdag gewoon naar zijn werk en de meiden hadden veel moeite zich aan te passen. Het jongetje had een prima tijd en kon zich geheel overgeven aan spel en andere interessante dingen. De vrouwen hadden het echt het zwaarst en kregen heel weinig hulp hierin. Het was af en toe flink tenenkrommend.

Nu is net de laatste aflevering van 'Living in the Iron Age' afgelopen en we hebben de melancholie, cultuurschok en de ontstane vriendschap tussen de overgebleven deelnemers kunnen meemaken. Daar ging wel het nodige aan ellende aan vooraf. De mensen waren niet voorbereid op het leven in een "Iron Age Village' en de producer zei dan ook letterlijk: "Our objective for the series was ... straightforward: it was to see if a group of people from the modern world could organise themselves in an alien, prehistoric environment. How would they manage living in the harsh conditions which were the regular day-to-day existence of the ancient Celtic peoples? How would they cope with the relentless menial tasks which made up much of the day of prehistoric people? What would it feel like to wear the clothing of early Britons? Would they remain healthy on a diet of spelt wheat, meat and kale? Could they make candles and soap, kill a chicken, make charcoal, and perhaps the most difficult of all, would they succeed in mastering the 'magical' art of smelting iron from ore?"

Niks geschiedenis, niks laten zien hoe men leefde in de IJzertijd; het ging om een psychologisch experiment! Hoe zouden ze zich houden onder de druk van de opdrachten en bij het op een klein gebiedje moeten samenleven met een groep onbekenden. Het feit dat daar een flink stel stoorzenders tussen zat was alleen maar goed voor het lokken en vasthouden van kijkers; kijken hoe dit afloopt, jongens: wordt het vechten of worden ze eruit gezet. Het werd geen vechten; de Britten zijn daar voor de camera net wat te netjes voor, maar Bill en Yasmin en hun kinderen verdwenen wel en direct ging alles, sociaal gezien, een stuk beter. De orde van 'middle class' leiders en 'working class' volgers was hersteld en Chris de Druide kon elfjesachtig zijn rituelen doen, waar zelfs christelijke Bethan op het laatst aan meedeed. De groep kon niet meer stuk.

Was er dan helemaal geen lering uit te trekken? Ja, hoor, maar niet die van hoe mensen in de IJzertijd leefden en hoe ze hun werk deden. Hier werd constant het wiel of het zwarte garen uitgevonden. Leuk en boeiend voor de deelnemers en misschien hebben ze er voor de rest van hun leven wat aan, maar de wetenschap is er niet veel mee opgeschoten. Zelfs de psychologie niet, want dit leek me een klassieke proefopstelling die geheel voorspelbaar verliep. Er werden daarbij gewoon te veel concessies gedaan aan de moderne tijd, en die concessies waren gedeeltelijk ook nog eens de schuld van de organisatoren die de mensen, bijvoorbeeld, te dunne schoenen had gegeven, zodat ze op den duur allemaal in van die lange, typisch Engelse 'wellies' liepen. Geen gezicht onder die met dekensteek aan elkaar genaaide autoplaids of de veel te fel rood en blauw geverfde jakken.
Kleine Chris, de 12-jarige zoon van de 'hoofdvrouw' Anne en 'stille' Dave, zei het achteraf het best: "I think that proper Iron Age people were probably more sophisticated, and probably knew a lot more than we as a group do."

Dat kun je wel zeggen ja... Jammer dat Anneke Boonstra's 'Twee manen lang' niet in het Engels vertaald is, daar hadden ze bij de BBC nog veel uit kunnen leren. Ondanks dat daar ook de nodige menselijke problemen ontstonden, is daar 60 dagen lang in hartje winter, januari, februari en maart 1995 (i.p.v. ca 45 in september en oktober 2000), door mensen die van wanten weten geëxperimenteerd met echt en verantwoord leven in de IJzertijd. En dat zonder camera's en wellies.

18 juni 2001

Terug naar boven


5 Historie in Pictogrammen

Ik weet niet of het al tot u doorgedrongen is, maar de indeling van de geschiedenis is weer eens op de schop genomen. De door het ministerie ingestelde Commissie De Rooy heeft in februari j.l het advies 'Verleden, heden en toekomst' gepubliceerd, waarin vergaande aanbevelingen over het toekomstige geschiedenisonderwijs en de examinering ervan - van basisonderwijs tot en met vwo - worden gedaan. Ik vind dat niet zondermeer slecht of overbodig, vooral niet omdat de commissie aannemelijk maakt dat het effect van zijn aanbevelingen best eens tot een groter begrip voor en een beter gefundeerde kennis van de geschiedenis kan leiden. Ze doen daarvoor goede suggesties, maar het wordt zo wel een pittig vak, waarbij maar gehoopt mag worden of er in het toch al volle lesprogramma genoeg tijd voor ingeruimd zal kunnen worden, als men dat al wil. Maar dit terzijde...

Een van de aanbevelingen die de commissie heeft gedaan is het indelen van de geschiedenis in tien tijdvakken met eenvoudige, aansprekende namen en tijdgrenzen in ronde getallen om de leerling wat meer houvast te geven (zie het lijstje onderaan dit artikel). Nu is het gegeven om de geschiedenis op te delen in oiverzichtelijke tijdvakken al zo oud als de wetenschap der beoefening van de historie bestaat en elk land heeft er wel een eigen methode voor. Wij in Nederland zijn bijvoorbeeld opgevoed met Prehistorie, Oude of Klassieke Tijd, Middeleeuwen (met zijn diverse onderverdelingen), Nieuwe Tijd of Renaissance, Barok en Rococo, en Nieuwste Tijd. Iedereen die die namen kent of hoort heeft er wel zijn beelden bij, al loopt de kennis over waar ze beginnen en eindigen daar wel eens bij achter. Ook hierin waren trouwens weer allerlei fijnregelingen te ontwerpen en tientallen lesmethodes hebben dan ook in het verleden hun eigen, zelf opgelegde, partjes gemaakt en ze een naam en jaartallen gegeven.
<30003000-500

Het verschil met vroeger is dat in de aanbeveling aan de staatssecretaris nu het advies ligt om die indeling van hogerhand op te leggen en die overal, en niet alleen in het geschiedenisonderwijs, in toe te passen. Om dat in moderne en voor iedereen begripelijke banen te leiden heeft de commissie daarom een tweetal studenten van de Hogeschool 's-Hertogenbosch opdracht gegeven voor elk van die tien tijdvakken een beeldmerk of pictogram te ontwerpen (af en toe wordt in het advies dit begrip verward met het logo, hetgeen natuurlijk, zoals de naam al zegt, een woord- of lettermerk is).
"Het is de bedoeling dat deze beeldmerken ondersteunend zullen werken bij het aanleren, onthouden en herkennen van het stelsel van de tijdvakken in elk onderwijstype." zegt de commissie. Ook daar is niets mis mee. Er wordt gesuggereerd om de pictogrammen bij de over de betreffende periode gaande hoofdstukken, artikelen en pagina's van de schoolboeken te plaatsen, maar ook om ze in historische tentoonstellingen in musea te verwerken. Zelf dacht ik direct aan de ruggen van bibliotheekboeken, waar nu ook al dergelijke pictogrammen op voorkomen, maar gezien wat hier volgt moet daar toch maar even mee gewacht worden.
500-10001000-1500

Het is namelijk niet eenvoudig een pictogram te ontwerpen. Grafisch ontwerpers (en ik ben er zelf één...) hebben een pittige opleiding en een heleboel ervaring nodig om succesvol beeldmerken en logo's te leren ontwerpen. Er zijn ongetwijfeld economische redenen geweest om studenten (grafische vormgeving, mag ik hopen) deze dingen te laten ontwerpen, want afgestudeerde of ervaren ontwerpers zijn duur, maar dan moet je niet raar opkijken als er geen optimale resultaten uit hun arbeid komen. Ook moet je zoiets natuurlijk ook historisch goed begeleiden en zorgen dat het wel klopt wat de beide jongelui maakten. Dat dat onvoldoende gebeurd is mag blijken uit de volgende alinea, maar ook leraren van de studenten, onder wiens hoede dit ongetwijfeld is gebeurd, hadden moeten zien dat de oogst van deze tien pictogrammen zeer ongelijk van kwaliteit is.

De beeldmerken tonen telkens in een donker kader een in wit uitgespaard symbool dat voor een van de aspecten van de bedoelde periode staat. In de wat meer uitgewerkte versie is dat kader ook nog voorzien van een fotografische weergave van een ander beeld uit het tijdvak en kan dit zelfs nog een kleur hebben. Zo staat voor De Tijd van Jagers en Boeren (voor 3000 vC) een stuk aardewerk centraal (zie de afbeeldingen). Niet helemaal duidelijk is of dit een trechterbeker of een klokbeker is, omdat het voorwerp net niet karakteristiek genoeg is uitgewerkt. Hier wreekt zich dus de nog niet ver genoeg doorgevoerde vormvastheid van een student. Ook de iele streepjes op de rand, die in verdere verkleining tot een stippellijntje zullen worden (ook een bewijs van onkunde) maken niet veel duidelijk, behalve dat die bij trechterbekers meer gebruikelijk waren. Nee, waar het hier om gaat is dat beide typen aardewerk in de periode 2700-2100 vC vallen en niet voor 3000 vC. Toch wel een blunder, denk ik...
1500-16001600-1700

Die iele lijntjes komen ook in de nogal hybride helm van De Tijd van Monniken en Ridders (500-1000) voor en boven de valbijl van de guillotine in De Tijd van Pruiken en Revoluties (1700-1800) en horen niet in wat toch stoere, duidelijke vormen moeten zijn. Wat veel vervelender is, is dat achter de guillotine (die in deze vorm pas vanaf 1792 in gebruik was; nogal een laatbloeier dus...) in de uitgewerkte versie een detail van het schilderij 'De Vrijheid voert het Volk aan' van Eugène Delacroix staat uit... 1830 (en ook de revolutie van dat jaar voorstellend).
1700-18001800-1900

Een zelfde dateringsfout wordt gemaakt in de achtergrond van De Tijd van Regenten en Vorsten (1600-1700) die een gezicht op de Amsterdamse Herengracht laat zien, maar dan wel het gedeelte met de grote 18e eeuwse (!) patriciërshuizen. De kroon op dat pictogram is trouwens een schoolvoorbeeld van een lelijk vormgegeven symbool, waarin juist die elementen die van belang zijn, o.a. de bladeren op de rand, zijn weggelaten. En lelijk vormgegeven stukken zijn er meer: de Griekse tempel, het schip, de fabriek en de tank zijn hier de belangrijkste voorbeelden van. De raket in het laatste pictogram lijkt overigens rechtstreeks uit Kuifje te komen en lijkt van geen kanten op de werkelijk de lucht ingeschoten projectielen.
1900-19501950-nu

De lezer van het advies zal trouwens, als hij oplet, wel meer van die verkeerde dateringen opmerken, vooral in de voorbeelden van opdrachten die kinderen in de toekomst zullen krijgen om de afgebeelde plaatjes in hun tijdvak te plaatsen via een multiple choice vraag. Zo worden bronstijd voorwerpen zondermeer in de tijd van Jagers en Boeren (voor 3000 vC) geplaatst en vindt de Slag bij Hastings voor 1000 in de tijd van Monniken en Ridders plaats, terwijl dat toch echt 1066 was en het afgebeelde tapijt van Bayeux nog eens zo'n 20 jaar later werd gemaakt. Ook wordt een heer in de vroege vorm van de allongepruik uit de jaren 1670-80 geplaatst in de eeuw van Pruiken en Revoluties, na 1700 dus. Het ziet er naar uit dat de commissie dus eerst maar eens goed op zijn eigen tijdvakken moet gaan studeren voor hij ons met deze nieuwe indeling en zijn moderne beeldmerken opzadelt.

Henk 't Jong

16 juli 2001

Bijlage:

De Nieuwe Tijdvakken

De Tijd van Jagers en Boeren (voor 3000 vC)
De Tijd van Grieken en Romeinen (3000 vC - 500 nC)
De Tijd van Monniken en Ridders (500-1000)
De Tijd van Steden en Staten (1000-1500)
De Tijd van Ontdekkers en Hervormers (1500-1600)
De Tijd van Regenten en Vorsten (1600-1700)
De Tijd van Pruiken en Revoluties (1700-1800)
De Tijd van Burgers en Stoommachines (1800-1900)
De Tijd van de Wereldoorlogen (1900-1950)
De Tijd van Televisie en Computer (1950 tot nu)

Het advies 'Verleden, heden en toekomst' (ISBN 90 329 2032 4) is voor f 26,25 / € 11,93, exclusief verzendkosten, verkrijgbaar bij: SLO, specialisten in leerprocessen, Afdeling Verkoop, Postbus 2041, 7500 CA Enschede, tel: 053-4840 305

Terug naar boven


6 Een achtste kruistocht?

Het komt ongetwijfeld door de gebeurtenissen in de USA van 11 september j.l., dat mijn gedachten steeds meer gaan over de kruistochten. Er is weliswaar geen paus zoals Urbanus II, die in 1095 opriep om de toenmalige Turken te gaan bestrijden omdat ze het Byzantijnse Rijk bedreigden, maar een moderne wereldleider heeft gevraagd de wapenen op te nemen tegen bepaalde elementen binnen de Islam. En de potentiële 'kruisridders' uit Europa en andere NAVO lidstaten hebben er gehoor aan gegeven. De zwaarden 'rammelen' in de schedes (nee, niet echt - dzzzjinnnggg - maar overdrachtelijk) en overal klinkt krijgshaftige taal. Het maakt me een beetje somber.

Ik weet wel dat er sinds 1945 geen jaar voorbij is gegaan dat er niet ergens ter wereld oorlog was en dat het aantal gevallenen in al die 'war-theatres' inmiddels die van de beide wereldoorlogen al lang heeft overschreden (ergens gelezen, weet niet meer waar). Een nieuwe, op de schaal die we kunnen verwachten als de hele NAVO in actie komt tegen een aantal Islamitische, terroristen herbergende, staten, zou wel eens grote gevolgen kunnen hebben. Met name voor onze auto's en de plastics die we zo veelvuldig in onze huishoudens gebruiken.

Dat ik aan kruistochten denk is niet zo vreemd. Een extremistische groep militante Islamieten onder de naam 'Het Internationaal Islamitisch Front voor Djihad tegen Joden en Kruisvaarders' roept al sinds 23.2.1998 op de USA troepen uit het Arabisch schiereiland te verjagen (zie bijv. Trouw, zaterdag 15.9.2001, p. 21). De periode 1099-1270 staat nog steeds in het geheugen van elke Moslem gegrifd en de berichten op de vier middeleeuwse e-mail lists, waar ik lid van ben, laten er geen twijfel aan bestaan dat de gebeurtenissen van toen nu nog steeds hun effect hebben. Enkele van die lists hebben de soms hoog oplopende discussies inmiddels verboden en zijn over gegaan tot de orde van de dag.

Natuurlijk werden, net als in het recente verleden het westerse imperialisme, de kruistochten door de 'tegenstander' anders beleefd dan door de door heilige verontwaardiging en vuur aangestoken westerlingen. Ik kan me uit mijn jeugd nog levendig een Egyptische film over Saladin en Richard Leeuwenhart herinneren, waaruit een heel ander beeld over de derde kruistocht naar voren kwam, dan dat wij leerden op school of wat ik er sindsdien in westerse literatuur over heb gelezen. En dan maak ik graag een uitzondering voor Terry Jones, die, in zijn tv-serie The Crusades, een heel wat genuanceerder beeld gaf, evenals voor het boek 'Rovers, Christenhonden, Vrouwenschenners' van Amin Maalouf (1986) dat de kruistochten vanuit Islamitische bronnen behandelt.

De Franken, Normandiërs, Italianen, Engelsen, Duitsers, Vlamingen en Friezen die gedurende bijna twee eeuwen krijgshaftig naar het Heilige Land trokken waren bepaald geen lekkere jongens. Ze hadden toestemming, van de paus notabene, om de 'heidenen' grondig over de kling te jagen en zouden er zelfs kwijtschelding van alle zonden voor ontvangen. Enkele reis paradijs, zogezegd. Ongeveer zoals de zelfmoordcommando's van Bin Laden (waarom moet ik elke keer aan een pedaalemmerzak denken als ik die naam hoor? Bin-liner?) nu beloofd is. De Christenen joegen met gemak de hele bevolking van Moslemsteden over de kling en als ze een slag wonnen bleven er van de nog aanwezige vijanden weinig in leven. Jeruzalem, dat tijdens de eerste kruistocht in 1099 ingenomen werd, telde toen vele Christelijke en Joodse inwoners, naast de Islamitische bevolking, maar die werden niet ontzien: volgens de kronieken (die echter dikwijls overdrijven) werden meer dan 70.000 mensen gedood.

Richard Leeuwenhart, de bekende blauwogige held uit Ivanhoe en Robin Hood, liet tijdens de derde kruistocht in 1191 (om maar een dwarsstraat te noemen) ruim 3000 inwoners van Acca/St Jean d'Acre, na inname van die stad, op het strand in koelen bloede doden om een 'statement of intent' te maken, zoals mijn bron droogjes zegt. Aan dat laatste aantal vermoorde gevangenen moest ik denken toen ik een paar dagen geleden over het geheel aan vermisten in de WTC torens hoorde. Inmiddels is het getal van die vermisten tot de 5000 opgelopen.

Natuurlijk waren de aanslagen van deze week geen wraaknemingen voor de kruistochten - er is wel meer gebeurd sindsdien - maar dat die, voor ons, middeleeuwse periode veel kwaad bloed gezet heeft is wel zeker. Is er dus wraak gepleegd? Is er kwaad vergolden? Gaat dat nu op zijn beurt weer met kwaad vergolden worden? Hebben we als wereldbevolking iets opgestoken de laatste 1000 jaar? Ik vrees van niet. En de taal van de wereldleiders doet me erg denken aan wat ik uit de kronieken over diezelfde kruistochten ken. Er is niet veel nieuws onder de zon...

Henk 't Jong

9.9.2001

Terug naar boven


7 Pakkende titels

Als je tegenwoordig een goed bekeken historische documentaire wilt maken moet je die wel een pakkende titel meegeven, want anders kijkt er niemand. Discovery Channel weet er alles van. Kijk maar:
Uncovering Lost Worlds,
Weapons of War,
Potted History,
Journeys to the End of the World, met als afleveringstitel bijvoorbeeld: Lost City of Gold, History's Turning Points,
Lost Treasures of the Ancient World,
The Holy Grail,
War and Civilisation, etc.


Dit is nog maar de oogst van een week (nummer 45, uit de TV-gids). Opvallend is het vele voorkomen van de woorden Lost en War, terwijl Holy, Weapons, Ancient, de goeie ouwe Grail en natuurlijk Treasures en Gold ook altijd aantrekkelijk zijn.

Ook de meer reguliere TV-zenders hebben dit principe begrepen en blijven niet achter. Zoals al eerder besproken, kopen deze zenders ook door Discovery Channel en het Amerikaanse History Channel in opdracht vervaardigde films en vindt er daardoor wel wat 'titelvervuiling' plaats. Ik noem:
The Curse of the Mummy (BBC2),
Afrika's verlorene Söhne (WDR),
Egypts Golden Empire, Afl. 1: The Warrior Pharaohs (BBC2),
Verdwenen beschavingen (Lost civilisations). Afl. 2: De Maya's (Belgie 2),
Discovery: Die Welt entdecken, fl. Odyssee ins Ungewisse - Die Geschichte der Sklaven (ZDF)
Renaissance Secrets, Afl 2: The Italian Patient (BBC2),
Blood of the Vikings, Afl. 1: First blood (BBC2),
Vier Kriegsherren gegen Hitler (ARD),
Der Mann der die NATO verriet (ARD),
Scheepsgeheimen (Lost Ships) (Ned 1).


Ook dit was de oogst van week 45. Ook hier zijn trekkers als Curse (overigens, deze documentaire ging over de pogingen van William Hague om de Tories weer op de kaart te zetten; een typisch Engelse ironische manier om een waarschijnlijk heel droge film toch aantrekkelijk te maken), Mummy, Verlorene/Lost, Golden, Secrets/Geheimen en Kriegsherren. Dat laatste is naar mijn mening een nogal beladen benaming voor vier 'gewone' 2e wereldoorlog generaals; als je krijgsheren hoort of leest denk je toch meer aan de Afrikaanse en Aziatische vrijheidsstrijders/rebellen die elkaar onderling afslachten. Egypte en de Maya's doen het trouwens altijd goed in dit soort documentaires.

Met name de BBC heeft een geschiedenis van het geven van pakkende koppen 'met een glimlach' aan haar documentaires, terwijl ook Nederland weg weet met het voor meer dan een uitleg verklaarbaar zijn van titels. Het ziet er echter naar uit dat de meer sensationele titel, net als de roddelpers, hand over hand toeneemt. Ergens is dit geen wonder. Als je ziet wat voor een aanbod er is aan TV programma's, moet je wel wat buitengewoons verzinnen als documentairemaker om zowiezo gehoord of gezien te worden. Zowel bij de pers als in de TV gids geldt: als je niet iets bijzonders brengt vergeet dan je publiciteit maar.

Publiciteit is belangrijk in de media. Dat begrijpen de producers van films ook al meer dan 100 jaar. Als je een titel hebt die aanspreekt komen er meer mensen kijken dan als je je product 'Meneer Klaassens werkdag' noemt. Vandaar dat films over de middeleeuwen toch wel graag over koning Arthur, Camelot, Excalibur, Ivanhoe, Robin Hood, Sherwood Forest, of over bestaande hebbende helden als Jeanne d'Arc, Alfred the Great, Alexander Nevsky, de Leeuw van Vlaanderen, of over draken, ridders en zwaarden gaan. Vooral zwarte zwaarden en ridders waren in; er zijn er minstens 9 of 10 geweest. Of 'The Black Shield of Falworth', ook een hele goeie. Daarnaast zijn romantische titels als The Agony and the Ectasy, The Flame and the Arrow, The Sword and the Rose, of Flesh and Blood altijd wel trekkers.

Ook schrijvers weten dit. Vooral die schrijvers die populaire boeken over historische onderwerpen produceren. Een treffend voorbeeld is Paul Harding, die onder het pseudoniem P.C. Doherty in 1986 nogal clichématige en formuleachtig geschreven middeleeuwse detectives of mysteries begon te publiceren. Hij is een echte veelschrijver en gebruikt naast zijn eerste alias en zijn echte naam (waaronder hij ook schrijft), nog twee andere aliassen: C.L. Grace en Michael Clynes. Per jaar komen er zo'n 2 of 3 van deze boekjes uit en telkens weer verbaas ik me over zijn vindingrijkheid in het opdiepen van pakkende titels (of de uitgever verzint ze, dat kan ook natuurlijk). Een greep:
P.C Doherty:
Satan in St. Mary's,
Crown in Darkness,
Spy in Chancery,
The Angel of Death,
The Prince of Darkness,
Murder wears a cowl,
The Song of a Dark Angel,
Satan's Fire,
The Devil's Hunt
An Ancient Evil,
A Tapestry of Murders,
A Tournament of Murders,


Paul Harding:
The House of the Red Slayer,
Murder Most Holy,
The Anger of God,
By Murder's Bright Light,
The House of Crows,
Assassins Riddle,
Devil's Domain


C.L. Grace:
A Shrine of Murders,
The Eye of God,
The Merchant of Death,
The Book of Shadows


Michael Clynes:
The White Rose Murders,
The Poisoned Chalice,
The Grail Mysteries

Etc. etc.

Ook hierin valt weer op dat middeleeuwse woorden met een romantische connectie, zoals Crown, Chancery, Angel, Cowl, Tournament, Shrine, Chalice en weer de Grail, samen met meer normale detective-achtige woorden als Murder, Assassin, Death en Poison plus een snuifje occult met Devils en Satans (Harding houdt ervan veel magie en horror toe te passen, echt middeleeuws...) een aangename cocktail vormen die de lezers zal blijven trekken.

Er zijn meer schrijvers van zijn slag, die volgens dezelfde methode te werk gaan als het om titels (en ook de inhoud) van hun boeken gaat. De uitgeverij Headline, waar bijna al deze boeken uitkomen, is een hele belangrijke in dit genre en zal dus best zelf ook een flinke vinger in de pap hebben. Ze gaven sinds 1988 trouwens ook Ellis Peters laatste 7 van haar 20 Brother Cadfael boeken uit. Ook zij wist pakkende titels, met steeds weer een middeleeuws tintje, te geven aan haar detectives.

De meer serieuze uitgevers van historische boeken hebben natuurlijk een heel ander fonds, maar ook zij ontkomen niet aan het maken van aantrekkelijke omslagen, waarop toch minstens wel een miniatuur (meestal uit de verkeerde tijd...), met toch wel meer opvallende titels dan die tot voor kort gebruikelijk waren. Vroeger werden bronnen uitgegeven onder titels als: Johannes de Beke, Croniken van den Stichte van Utrecht ende van Hollant, of: Bronnen voor de geschiedenis der dagvaarten van de Staten en steden van Holland voor 1544. Nu brengt de uitgeverij Verloren, de grootste op dit gebied in Nederland, serieuze boeken uit (o.a. afstudeerscripties) met titels als: 1299: één graaf, drie graafschappen, of: Een monnik met een rol. Willem van Affligem, het Kopenhaagse Leven van Lutgart en de fictie van een meerdaagse voorlezing, of: Een rij van spiegels; De heilige Barbara van Nicomedia als voorbeeld voor vrouwelijke religieuzen. Ook hier, zoals je ziet, woorden als Graaf, Monnik en Spiegel, die moeten trekken naar de toch wat 'drogere' inhoud van de studie.

En eigenlijk geldt dat voor tScapreel ook: ook wij moeten met een kernachtige kreet of een kleurrijke plaat onze klanten lokken. Vandaar dat u op de oude, maar zeker op de nieuwe, homepage ook zowel het woord ridder als een afbeelding van een ridder aantreft. Het is bewezen dat men op het internet om ons te vinden o.a. dat woord intypt, of anders 'medieval, middeleeuws, kastelen, kostuum, costume, etc'. Gelukkig zijn we inmiddels zo goed bereikbaar dat tijdens de laatste weken ook mensen die de woorden 'mandenmaker' of 'kruidenvrouw' typten in het vakje van hun zoekmachine ons ook vonden. Dat vinden wij een verheugende ontwikkeling.

Henk 't Jong

7.11.2001

Terug naar boven


8 De Middeleeuwen geïllustreerd

Een groot gedeelte van het beeld dat wij moderne mensen van de Middeleeuwen hebben - en dat is geen wonder - komt van de illustraties in boeken en strips die wij vroeger lazen. Hierin gaven tekenaars ons hun interpretatie van die periode. Een interpretatie die weer was gebaseerd op wat zij aan invloeden hadden ondergaan en op wat zij voor 'iconografisch' onderzoek hadden gedaan voor ze aan hun werk begonnen. En zo gaat het nog steeds. Uit eigen ervaring (ik ben zelf tekenaar en illustrator van huis uit en ken ook een heleboel collega's) kan ik zeggen dat dat onderzoek dikwijls niet diep gaat. Meestal is daar ook geen tijd voor. Of heeft een uit- of opdrachtgever er het geld niet voor over om uitgebreid onderzoek te doen.

Nu is het voor de leek niet gemakkelijk om datgene wat uit de Middeleeuwen is overgebleven (miniaturen, beeldhouwwerken, wandschilderingen, etc) te interpreteren. Immers: een heleboel toen afgebeelde zaken kennen we nu niet meer en als we ze al wel kennen, kan het best zo zijn dat ze in de periode zelf anders toegepast of gebruikt werden dan we op het eerste gezicht zouden kunnen denken of vermoeden. Daarvoor zou je eigenlijk diepergaand onderzoek moeten doen dan, meestal, mogelijk is.

Een ander probleem hierbij is het 'anachronisme'. De meeste illustratoren maken de fout om voorwerpen of kleding uit de ene periode van de Middeleeuwen in de andere te gebruiken of zetten ze bij elkaar in één tekening. Volgens hen hebben 'jonkvrouwen' immers altijd van die puntige toeters op hun hoofd, zich niet realiserend dat die slechts enkele tientallen jaren in de 15e eeuw in de mode zijn geweest in Frans-Bourgondische hofkringen. Nu realiseren de meesten van hen zich soms niet eens dat het hele tijdperk zo'n 1000 jaar duurde en dat het begin er (in Europa bijvoorbeeld...) heel anders uitzag dan het eind of ergens in het midden. Een 7e eeuwse Frank zag er heel wat anders uit dan Floris V of een Bourgondische huurling. De meesten hebben tijdens hun opleiding wel kunstgeschiedenis gehad en weten van Romaans en Gotisch af, maar de nuances tussen die stijlen in diverse landen hebben ze niet zo een, twee, drie in de vingers. En als het dan nog maar over bouwkunst ging...

Daarnaast hebben illustratoren in binnen- en buitenland gewoon net als u en ik op school gezeten en meer of minder goed opgelet bij geschiedenis. Of ze hadden slechte leerboeken die vol met vooroordelen, onbewezen verhalen, mythen en clichees stonden, zoals ze dat nu nog doen. Want geloof me, lezer, er is in het geschiedenisonderwijs nog bitter weinig verbeterd. Kijk maar naar tot voor kort gebruikte methoden als Spoorzoeken in de Tijd, Geschiedenis in Onderwerp en Opdracht, Bij de Tijd, etc. Wat wordt er, als het over de Middeleeuwen gaat, afgebeeld? Juist: galgenvelden, bedelaars, modder en vies water, terechtstellingen, loslopende varkens, pestlijders, etc.

Het is dus geen wonder dat zij die voorbeelden, die, zoals het een goed tekenaar betaamt, op hun netvlies staan gebrand, ook steeds weer voortzetten in hun eigen werk. Het is dus eigenlijk een vicieuze cirkel. Er is te weinig tijd en geld om vernieuwend en verantwoord onderzoek te doen en als zelfs de wetenschappelijke instellingen, of in ieder geval instellingen waar wetenschappers werken en die daar de leiding en verantwoordelijkheid hebben over educatief materiaal, die trend onverminderd voortzetten, dan zie ik in de nabije toekomst ook weinig veranderingen optreden.

De laatste jaren heb ik diverse malen musea, kastelen (waaronder een instelling als de Kastelenstichting) en andere culturele en historische instellingen erop moeten wijzen dat hun publicaties letterlijk wemelen van de inhoudelijke en uiterlijke fouten. Het was soms zelfs zo dat de verantwoordelijke tekenaar wanhopig vroeg: "Maar waarom hebben ze me dat niet eerder gezegd? Hoe kan ik dat nou weten?" En dat terwijl zij op hun vingers werden gekeken door historici, soms zelfs mediaevisten, die beter hadden moeten weten...

Of is dat wel zo? Weet een mediaevist meer over het dagelijks leven in de Middeleeuwen en het uiterlijk ervan dan de gemiddelde mens? Ik betwijfel het. Waarom dan niet? Waarschijnlijk omdat dat niet zo aan de orde is tijdens een studie middeleeuwse geschiedenis. De kennis die daarbij opgedaan wordt is dikwijls louter theoretisch: politiek, sociologisch, economisch (de laatste twee zouden trouwens mensen wel een goede aanzet kunnen geven, maar gek genoeg is dat zelden te merken), etc. Ook de kunsthysterische studie van de middeleeuwse kunsten levert niet veel meer op dan diepzinnige verhalen over wat de 'kunstenaar' (een begrip dat voor 1500 nog niet eens bestond) met zijn werk bedoeld kan hebben en besteedt nauwelijks aandacht aan het leven van alledag van gewone mensen.

Een nog redelijk jonge tak van de geschiedeniswetenschap is de in Duitsland en Oostenrijk ontstane 'Realienkunde', oftewel de studie van tastbare zaken die uit de middeleeuwen bewaard zijn gebleven, zoals meubels, gebruiksvoorwerpen, kleding en gereedschap, ook aan de hand van afbeeldingen uit de tijd zelf. Die soort wetenschap is er o.a. de oorzaak van dat een museum als Boijmans in Rotterdam een afdeling dagelijkse gebruiksvoorwerpen heeft. Helaas wordt deze studie dikwijls door kunsthysterici beoefend, met de bekende woordendiarrhee als banaal gevolg. Het vreemde van deze tak van wetenschap is dat, in ieder geval, de oudere wetenschappers heel huiverig staan ten opzichte van het experiment en het bijna een doodzonde vinden als je replica's maakt van middeleeuws gebruiksvoorwerpen om ze eens uit te proberen. Ze theoretiseren liever verder over waar die voorwerpen voor bedoeld waren en hoe ze gebruikt werden dan dat ze ze zelf eens vastpakken. Denkt u dat er ooit een is geweest die een middeleeuws kostuum echt heeft nagemaakt?

Gelukkig lijkt de jongere garde wat soepeler en staan die niet zo afwijzend tegenover het begrip 'levende geschiedenis'. Archeon heeft in het verleden in ieder geval van hen en van sommige archeologen (die ook nog steeds moeten wennen aan experimentele archeologie, zoals ze dat in hun kringen noemen) de nodige hulp gehad om tot een beter begrip van de geschiedenis te komen. Of ze er heden ten dage nog wat mee doen. Het feit ligt er namelijk dat de wetenschap over het algemeen niet bepaald het goede voorbeeld geeft in deze. De wetenschappelijke kennis en de practische ervaring zijn nog lang niet in de maatschappij van nu geïntegreerd en daarom is het geen wonder dat de illustrator die op zoek is naar goede voorbeelden voor een verantwoorde tekening van een middeleeuwse scene niet snel goede hulp krijgt. Gelukkig kan tScapreel hier wel een functie in hebben, maar ja... daar hangt wel weer een prijskaartje aan.

Ik vrees dat het nog best een tijdje zal kunnen duren voor de gemiddelde Nederlander een beter beeld van de Middeleeuwen (en veel andere perioden) te zien zal krijgen.

Henk 't Jong

.12.2001

Terug naar boven


9 'Een stinkboel' in een modern geschiedenisboek

"Een hoofdoorzaak van sterfte was watervervuiling. In greppels, sloten en grachten, waarin ook gewassen werd, stond het water vaak stil. Slagers die dieren in hun winkels doodden, gooiden de resten op straat. Kadavers vergingen op de plek waar ze waren gestorven. Waskuilen werden vaak bij waterbronnen gegraven en vervuilden deze later onherroepelijk. Ontbindende lichamen van rijken die in kerken werden begraven, konden vreselijk stinken. Begraafplaatsen waren vaak te klein en dan moesten lijken worden opgegraven om plaats te maken voor andere. Een bijzonder probleem waren de 'armengaten', grote, diepe, open gaten, waar de lichamen van de armen in werden gelegd: zij aan zij, rij op rij. Alleen wanneer het gat vol was, werd het bedekt met aarde."

Dit is een kadertekst uit 'Transparant, geschiedenis voor de tweede fase havo/vwo Profieldeel/Vrij deel' (Handboek/Bronnenbad havo/vwo 1, uitgegeven door Edu'Actief, te Meppel in 1998). Hij is te vinden op pagina 59 in het hoofdstuk 2: 'Huwelijk, gezin en samenleving', een nogal demografisch (noot: studie van de samenstelling van een bevolking) getint deel, in paragraaf 2.2: 'De invloed van stad en platteland op de levensverwachting'. Onze jongste zoon gebruikt dit boek op zijn school en heeft al enkele aanvaringen met de geschiedenisleraar achter de rug, omdat die niet wilde geloven dat de middeleeuwer geen half-wilde barbaar was. Maar dit terzijde.

Het boek heeft een serie van 13 (!) schrijvers, waarvan 10 gestudeerde historici (?) met dr. en drs. voor hun naam; voorwaar een indrukwekkend aantal. Door het hele boek heen zijn tabellen en grafieken te vinden, evenals themakaartjes, oude kunst en foto's en gravures. Het is bepaald geen bont en wild vormgegeven werk en toont op het eerste gezicht zelfs een beetje saai en wetenschappelijk; zoiets als het 'Algemene Geschiedenis' boek dat ik vroeger zelf op de middelbare school heb doorgeworsteld, al werd toen nauwelijks met kleur gewerkt, zoals hier en nu. Kortom: 'Transparant' toont behoorlijk betrouwbaar.

Maar...

Lees het stukje kadertekst nog eens door en nu wat nauwkeuriger. Ik merkte dat het nogal wat vragen bij me opriep. De eerste vraag die in mij opkwam was: wanneer speelt dit eigenlijk? Ik zie geen enkele aanwijzing naar over wat voor steden of periode de schrijver het heeft. Uit de deelparagraaf waarin het staat kun je opmaken dat het bij de periode van de Nederlandse Republiek hoort, want die wordt erin genoemd als de periode wanneer er een langdurige stagnatie in de bevolkingsgroei is (was de sterfte aan watervervuiling daarvan de schuld?), maar de hoofdparagraaf (3 pagina's) bestrijkt de tijd tussen 1100 en 1800, waarbij de Middeleeuwen toch wel veel aandacht krijgt, zoals in de bevolkingstoename van de 12e en 13e eeuw, de agrarische revolutie, de builenpest van 1348 (etc), het West-Europese huwelijkspatroon uit de 15e eeuw, de laat-middeleeuwse en vroeg-moderne urbanisatie. Is het dan de middeleeuwse of de laat-17e eeuwse stad die hier beschreven wordt? Misschien kunnen we door verder te kijken uitmaken wat er bedoeld wordt.

Waar het zich afspeelt is ook niet duidelijk, maar laten we voor het gemak aannemen dat het in Nederland is en dan met name in het stedenrijke Holland, want in Noord, Oost en Zuid waren de steden klein en relatief onbelangrijk voor de algemene demografie omdat ze inderdaad tussen de Middeleeuwen en 1800 nauwelijks groeiden. Dat was in Holland natuurlijk wel het geval, al waren er daar ook steden die stagneerden wat bevolkingsgroei betreft.

Die stagnatie was dus, volgens het kader, voor een belangrijk deel te wijten aan het feit dat het water in de steden vervuild was, dat mensen dat toch dronken, er ziek van werden en dood gingen. En er zo voor zorgden dat de bevolking op peil bleef. Dat was maar goed ook, zo zeggen de schrijvers elders op de pagina, want anders zouden de de massaal naar de steden toegestroomde palttelandsbewoners voor een overbevolking gezorgd hebben; nu gingen ze gelukkig dood door foute bacteriën (die ze nog niet kenden). Staat dat er?

Er staat waarom het water vuil werd:
- Het stond vaak stil
- Slagers gooiden de resten van slachtafval op straat (dus niet in het water...)
- Kadavers vergingen op de plek waar ze waren gestorven (kadavers zijn toch al dood! En vergingen ze in het water?)
- 'Waskuilen' vervuilden waterbronnen (wat zijn waskuilen?)
- Rijke lijken stinken vreselijk in de kerk (maar niet in het water?)
- Op begraafplaatsen (bedoeld zal zijn kerkhoven, want begraafplaatsen kwamen pas na 1821) werden lijken geruimd (zoals dat nu nog gebeurd en veel sneller dan vroeger; maar wat heeft dit met watervervuiling te maken: werden de geruimde lijken in het water gegooid?)
- Armengaten met rijen lijken bleven lang open liggen (en vervuilden het water?)

Een aparte opmerking was ook dat er in het stilstaande water van greppels, sloten en grachten gewassen werd. Dat zal de kleding wel lekker schoon gemaakt hebben. Volgens mij moet je voor het wassen van je linnengoed toch wel warm water met zeep hebben, want het in een al of niet stilstaande sloot of gracht dopen (in een greppel lijkt me dat wat moeilijk, daar staat zelden of nooit water in) haalt de vlekken er niet echt uit. Je kunt natuurlijk je was, na het bewerken met warm zeepwater, in open water uitspoelen, maar als dat water vuil is, heeft dat weinig zin; ik denk dat onze voorouders dat ook wel doorgehad zullen hebben. Maar het staat er echt, of je kunt het eruit opmaken: als je in stilstaand water had gewassen ging je dood als je je kleren weer aantrok. Ik weet niet of ik dat wel geloof...

Blijft een feit dat behalve dit voorbeeld en de 'waskuilen' geen voorbeelden van de invloed van vul water op de sterfte in steden genoemd worden. Curieus niet? Of gaat het hier alleen maar om het stinken. Is dat ook een oorzaak van sterfte?

Trouwens, ook op de beweringen op zich valt het nodige af te dingen. Om maar dezelfde volgorde aan te houden:
- (West) Nederland ligt aan getijderivieren. Open water stond met deze rivieren in verbinding en werd dus minstens twee keer per dag ververst. Ook in polders met sluizen, molens en andere waterkeringen werd regelmatig geschut, zodat echt stilstaand water zeldzaam was. Stadsgrachten werden bewust via de getijden schoongespoeld, al sinds de hoge Middeleeuwen.
- Slagers slachtten geen dieren in hun winkel, maar in een schuur of op het erf van de boer wiens beesten daar aan toe waren. Behalve botten (en die konden ook hergebruikt worden) en de inhoud van maag en darmen bleef er niet veel afval over van een geslacht beest. Dit afval mocht niet op straat gegooid worden, want ook toen liep men liever niet in de stank van de maaginhoud van runderen of varkens. Het was dus verboden en degenen die het verbod overtraden, hetgeen gemakkelijk te controleren was als je niet heel erg verkouden was, werden pittig beboet.
- Ook stinkende kadavers (van wat? straathonden? die waren er niet) werden niet getolereerd en opgeruimd, desnoods verbrand.
- Wat waskuilen zijn is mij niet duidelijk, maar als het over beerkuilen gaat (onder de buitenplee's) werden die gegraven op veilige afstand van open water, waterputten en bronnen. Daar zijn al wetten over die terug gaan tot in de vroege Middeleeuwen. Een middeleeuwer proefde het echt wel als zijn drinkwater verontreinigd raakte en hij vond dat ook niet leuk of lekker, net zomin als wij nu.
- Lichamen van rijken, die ook een rijker dieet genoten hadden tijdens hun leven, hadden langer nodig om afgebroken te worden en te vergaan. Als zo'n kerkgraf, een kelder eigenlijk, dan werd geopend om een nieuw persoon (misschien zelfs familie) bij te zetten, en hij lag niet in een met lood beklede kist (dat kwam voor), dan kon dat stinken. Vooral in tijden van epidemieën kon dat nogal overlast veroorzaken en verantwoordelijke schrijvers, zoals dokter Johan van Beverwijck, hebben het er over tijdens de pestepidemie van 1636-37 en geven alternatieven. Ik kan de schrijver de bronnen hiervoor tonen.
- Een afgepaald, plaats gebonden kerkhof of begraafplaats raakt op den duur vol. Dat is altijd zo geweest en het is nu nog zo. Na een bepaalde tijd, tussen 10 en enkele tientallen jaren, worden graven dan ook geruimd. Ook nu nog. Dat geeft geen overlast, omdat van die begravenen niet veel meer over is dan botmateriaal, dat geen stank veroorzaakt. Vraag het na op elke begraafplaats.
- 'Armengaten' werden alleen tijdens epidemieën gegraven als veel mensen tegelijkertijd stierven. Ervoor en erna was dat niet nodig en werden ook arme mensen in een gewoon graf, soms inderdaad 3 of 4 boven elkaar, begraven. Maar na een jaar heb je al geen last meer van stank, zeker niet bij die magere armen, en ook in het verleden wist men wie waar begraven werd, zodat niet veel fouten met het te vroeg open maken van een graf werden gemaakt. De armengaten die tijdens epidemische perioden nodig waren, waren ook snel vol en lagen geen weken open en naar de hemel te stinken.

Een aanvullend en zelden herkend gegeven is dat onze generatie geen stank meer gewend is. Vorige generaties die niet al die zepen, deodorants, warme douches, shampoos en derde okselsprays hadden, waren niet bang voor een geurtje meer of minder en zullen derhalve niet die zeer ver gaande aversie tegen wat stank gehad hebben die ons zo kenmerkt.

Wat leert ons echter dit kleine stukje, stilistisch bijzonder krakemikkig gestelde tekst? Dat gestudeerde historici verzuimen aan te geven over wat voor steden het hier gaat, wanneer we die gebeurtenissen moeten plaatsen en of dat algemeen gebruik was of incidenteel voorkwam, of dat in alle steden gebeurde of dat het uitzonderingen waren in bepaalde zeer volkrijke steden. Dat deze geleerden ook geen bronnen voor hun uitspraken geven, ook niet in het achter in het boek bevindende 'Bronnenbad' (bijzonder knullige naam voor noten of bronnen of literatuuropgave). Het is zelfs zo dat de wel genoemde bronnen uit, bijvoorbeeld, een werkje uit 1974 afkomstig zijn, daarom derdehands zijn, dikwijls geen jaartallen of plaatsen noemen, slecht vertaald zijn of verkeerd geïnterpreteerd worden. Of dat ze gewoon niet op de tekst in de hoofdstukken slaan. Verder blijken uitspraken in het behandelde stukje niet te kloppen of uit hun verband gerukt te zijn. Iemand met een normaal verstand kan, als hij een beetje nadenkt, zo een groot deel van die beweringen al ontkrachten. Ik kan verder verwijzen naar, bijvoorbeeld, de diverse gepubliceerde stadskeuren en ordonnanties uit de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd waarin te vinden is dat de stedelingen en hun regering wel degelijk oog hadden voor hygiène, stadsreiniging, vervuiling van oppervlaktewater of het ruimen van lijken. Niet dat iedereen altijd die wetten en verordeningen gehoorzaamde, maar dat is ook van alle tijden.

Ik heb slechts de eerste twee hoofdstukken van het boek 'Transparant' kritisch doorgelezen, omdat die mijn periode behandelen, en ik wil echt niet alles afkammen, maar ik heb in die hoofdstukken zoveel gevonden waarmee ik het niet eens was, wat onwetenschappelijk gesteld was, warrig en slecht Nederlands was of waar ik me bijna plaatsvervangend voor schaamde, dat ik me afvroeg of mijn zoon wel op verantwoordde wijze les krijgt. Ik heb zelf in het verleden op school ook de nodige onzin te verstouwen gekregen, die ik later allemaal moest afleren door het lezen van (hoop ik) integere studies over diverse historische onderwerpen. Wat dat betreft is er niet veel veranderd. Het is echter wel zo dat ik denk dat de verzamelde auteurs van dit boek zich in ieder geval over deze twee hoofdstukken, waarvan het hier behandelde kaderstukje slechts een opvallende exponent is, in een klein hoekje moeten gaan zitten schamen.

Henk 't Jong

1.2.2002

Terug naar boven



10 PR voor de Middeleeuwen

Waarom heeft de Middeleeuwen aan de ene kant zo'n slechte naam en lopen mensen aan de andere kant weg met verkeerd begrepen of gewoon gelogen romantische onderwerpen uit die tijd? Daar moest ik aan denken toen ik het nieuwste nummer van Oud Nieuws (2002-2) las, het tijdschrift van Erfgoed Actueel, bureau voor cultureel erfgoed en educatie en onderdeel van het ministerie van OC&W. Daarin waren enkele pregnante zinnetjes te lezen. Het ene was:
"'riddertje spelen' zit nu eenmaal in ons genenpakket."
Het andere:
"Het gaat ons erom te laten zien hoe mensen leefden; dat ze zich niet wasten, dat ze poepten in een hoekje."

Let wel: bij de laatste uitspraak, gedaan door Judicka Lookman van Edu-Art-Gelderland (dat o.a. een leskist over 'Ridders en kastelen' verhuurt), gaat het over een project voor kinderen van basisschool groep 1-4 die net een bezoek aan slot Loevestein achter de rug hadden. Je vraagt je af of hen de in de muren ingebouwde secreten in dat kasteel niet getoond zijn.

Toch hebben we hier het dilemma in een notendop en het wordt al vroeg aan de kindertjes van Nederland onderwezen, zo blijkt. De middeleeuwers zijn smerig, maar oh zo romantisch om na te doen. Alle meisjes willen in een fluwelen jurkje en een punthoed 'jonkvrouwtje' spelen en alle jongetjes zwaaien graag met houten of plastic zwaardjes en moeten dan een 'cape' om, want anders ben je geen echte ridder. Of een kartonnen of plastic helm op. Ik weet het maar al te goed. Ik zal het u sterker vertellen: ik was zelf ook zo! En toch ben ik inmiddels middeleeuwen adviseur. Ben ik in therapie geweest? Nee, hoor. Het gaat vanzelf over, zeker als je bewust gaat zoeken naar hoe die Middeleeuwen nou eigenlijk echt waren. Maar als het aan mijn lagere en middelbare school had gelegen...

Intussen blijven de meeste mensen echter tot op hoge leeftijd rondlopen met de al eerder aangehaalde 'middeleeuwen-conceptie afwijkingen'. Wij van tScapreel komen ze elke dag tegen. We proberen er wat aan te doen en dan zegt een plaatje, zeker een levend plaatje, meer dan 1000 woorden. Eigenlijk bedrijven we als tScapreel al zeven jaar elke dag PR voor de Middeleeuwen. Toch merken we in brede kring nog weinig van verandering.

En als zelfs een medewerker van een educatief bureau als Edu-Art het publiek al verkeerd voorlicht... Nauwelijks goede informatievoorziening te noemen, lijkt me. Hoogstwaarschijnlijk is haar zelf op school ook niet anders bijgebracht, maar je zou van een instelling die onze kinderen gevoel voor cultuur en historie bij wil brengen een deskundigere achtergrond en verantwoordere uitspraken verwachten. Het is ook helemaal niet nodig dat dergelijke uitspraken gedaan worden! Als de Middeleeuwen nu een spaarzaam onderzochte periode was, was het een andere zaak, maar al meer dan 20 jaar verschijnt de ene na de andere gedegen studie over de tijd tussen 500 en 1500. Soms droog wetenschappelijk, dikwijls kleurrijk en populair geschreven, maar voor het merendeel met nuttige en baanbrekende informatie. Het lijkt wel of dat allemaal geen nut heeft gehad of nog heeft.

Uiteraard krijgen dichterbij liggende historische perioden een veel genuanceerdere ontvangst. Je zou niet moeten beweren dat Napoleon 's nachts ging inbreken bij zijn generaals, of dat Thorbecke aan de drank was, want dan krijg je ongenadig te horen dat je de geschiedenis aan het vervalsen bent. Mensen die zeggen dat de Jodenvervolging tijdens WW2 wel mee viel worden tot pariah's uitgeroepen en er is een brede acceptatie in allerlei kringen dat de Nederlanden en de VOC tijdens de Gouden Eeuw dikwijls niet helemaal fris bezig waren.

Maar over de Middeleeuwen worden nog steeds de meest abjecte leugens verteld en de bekende fabels over het leven van alle dag worden in schoolboekjes, leskisten, musea, lesbrieven, rondleidingen, historische romans en kinderboeken, films, strips en documentaires al maar doorverteld en herhaald. En niemand, behalve wij en onze geestverwanten, die er wat van zegt. En niemand die zich wel eens afvraagt of het materiaal dat ze verspreiden wel klopt of die de moeite neemt de laatste literatuur en bronnenpublicaties over die onderwerpen eens door te lezen. Onze Columns en Recensies worden gelezen, ook door de mensen die de fouten maken waar deze rubrieken over gaan, maar niemand reageert. Soms vraag ik me wel eens af wat ik verkeerd doe. Maar niet lang... Ik herinner me dan namelijk het publiek dat naar onze buitenoptredens komt kijken en dat we vertellen over het leven in de Middeleeuwen. Ik denk dan aan al die mensen die dan verrast zeggen: "Oh, zit dat zo!!! Dat heb ik nooit geweten. Ik heb altijd gehoord dat het zus of zo was. Eigenlijk wel logisch als je er goed bij nadenkt..."

Onze taak is klaarblijkelijk nog lang niet ten einde. De Middeleeuwen heeft onze PR nog steeds hard nodig.

Henk 't Jong

10.5.2002


Terug naar boven