Archief van de columns

Column 27

Geschiedenisinteresse uit onbehagen

Hans Blom, de bekende Nederlandse historicus, hoogleraar en ex-directeur van het NIOD, sprak 10 januari jl de gedenkwaardige woorden: "De toegenomen belangstelling voor geschiedenis is vluchtig en heeft de trekken van een hype" (Trouw, dinsdag 11.1.2011) Poeh! Daar zegt'ie nogal wat. Maar is het ook waar? Hij onderbouwt die stelling met het betoog dat hij denkt dat het te maken heeft met het "onbehagen en een verlangen naar geborgenheid, naar iets wat men kennelijk in het verleden vindt". Dat zorgt er in zijn optie voor dat geschiedenis 'in' is. Vervolgens worden herdenkingen uitgebouwd tot massa-evenementen, al is de herinnering aan die te herdenken gebeurtenissen inmiddels collectief vervormd geraakt. Historici en andere auteurs "verdienen een goede boterham aan het schrijven van gelegenheidsboeken, musea en archieven hebben nog nooit zoveel bezoek gehad en ook de politiek zegt oog te hebben voor geschiedenis". Dat is niks nieuws.

Hans BlomHij is zelf één van die historici en we weten allemaal hoe de politiek (Jan Marijnissen c.s.) ervoor gezorgd heeft dat we nu met de aanloop naar een Nationaal Historisch Museum (NHM) zitten. Musea springen gretig in op de nostalgische gevoelens van het publiek door 'trekkers' over grootmoeders tijd te maken, die inderdaad uitstekend bezocht worden. Musea zijn al lang 'hartstikke zakelijk' wat dat betreft, zoals Wim Pijbes, de nieuwe Rijksmuseum-directeur zaterdag 8.1.2011 in datzelfde Trouw opmerkte. Ze, en dan vooral de grote met een eigen marketing afdeling, weten echt wel wat de Nederlander graag ziet. En ze hebben de middelen om daar veel publiciteit voor in te zetten.

Toch denk ik dat er meer achter die uitspraak zit en dat die ook veel meer gevolgen kan hebben. Pikant is dat hij gemaakt werd bij het uitdelen van een ere-doctoraat aan Ad van Liempt. Van Liempt is de bedenker van 'Andere tijden' en de documentaire serie 'De Oorlog' en heeft aan de wieg gestaan van de grote aandacht voor met name de recente geschiedenis op de Nederlandse TV. Alle hulde, enzovoort, maar het betekende wel dat de vroegere geschiedenis min of meer in een hoekje gedrukt werd of er met veel minder integere berichtgeving te zien en te horen was. Als je  het blad van de Nederlandse geschiedenisleraren, Kleio, van de afgelopen jaren doorbladert, kom je voor 80-85 % artikelen over de modernste geschiedenis sinds 1900 tegen. Met daarbinnen een levensgroot overwicht voor de Tweede Wereldoorlog. Voor een mediëvist is dat best een harde gelag, zeker gezien de resultaten van mijn onderzoek naar de waarde van het lesmateriaal over die periode. Hans Blom is eveneens een expert in de moderne geschiedenis, met name die van die oorlog en  zijn gevolgen. Dus behalve de uitgelezen man om dat ere-doctoraat bij Van Liempt om te hangen is hij ook degene die mede die 'hype' vorm heeft gegeven. In ieder geval die van het 1940-1945 gedeelte.

Blom maakte echter ook de observatie dat: "het vak geschiedenis vooralsnog niet priofiteert van de hype, terwijl het juist onderdeel zou moeten uitmaken van het kernprogramma dat minister Van Bijsterveld in het voortgezet onderwijs wil invoeren". Daar trok ik even mijn wenkbrauwen bij op. De kerndoelen, zoals die door vorige ministers zijn vastgesteld bevatten een behoorlijk scherp gesteld programma voor het geschiedenisvak, waarin de aanbevelingen van de  commissie De Rooy (2002) trouw zijn gevolgd (en geïmplementeerd) en waar onlangs (augustus 2010) nog de Canon aan is toegevoegd. Uit het veld begrijp ik dat daar niet altijd aan wordt vastgehouden en dat het wat betreft de examenopdrachten nog huilen met de pet op is, maar je kunt de kersverse minister niet in de schoenen  schuiven dat ze dat alsnog moet doen. Dat neemt echter niet weg dat het historische besef bij scholieren en studenten nog steeds "van een treurig niveau" is, ook volgens Blom. Hoe zou dat dan komen? Is er wat mis met de kwaliteit van het onderwijs ondanks de kerndoelen? Ligt het aan de lesboeken? Aan de leraren? Aan de leerlingen? De tijd? De globalisering? Internet? De korte aandachtspanne van de jeugd? Volgens een recent onderzoek is het onderwijs in Nederland uitstekend (Trouw vrijdag 14.1.2011), zeker vergeleken met het buitenland. Dat hebben wetenschappers van de universiteit van Twente uitgevogeld. Vandaag, 15.1.2011, kopte de krant echter: "Ons onderwijs goed? Niemand gelooft het". In het artikel staat o.a. dat de onderzoekers niet alle studies op dat gebied hebben meegenomen, Ze zijn dus selectief geweest en hebben zo geconcludeerd dat de Nederlandse scholieren goed in lezen, wiskunde en science zijn, maar ze weten niet of en hoe goed ze kunnen spellen. Dat blijkt niet best te zijn. Uit eigen ervaring met studenten geschiedenis kan ik dat laatste bevestigen, evenals het gebrek aan talenkennis. Zelfs van Engels. Over de kwaliteit van het geschiedenisonderwijs in Nederland en de kennis ervan geen woord, maar ik heb het rapport dan ook (nog) niet gelezen. Misschien staat er  wel wat over in.

Wim PijbesWat ik echter zeker weet is dat de kennis van hun eigen geschiedenis onder de moderne Nederlanders nog steeds uiterst gebrekkig is, zeker als het over voor 1900 gaat. Wim Pijbes zei het in Trouw als volgt: het bouwen van een NHM is "zonde van het geld. Één museum kan niet het historisch besef verbeteren. Zorg eerst maar eens voor goed onderwijs. Eerst sneuvelt het geschiedenisonderwijs bijna, ten gunste van vakken als maatschappelijke oriëntatie. En dan moet een museum de kennis bijspijkeren. Het is een gotspe". Buiten dat hij de hierboven al aangehaalde kerndoelen niet vermeldt, die dat maatschappelijke oriëntatiesysteem hadden moeten ombuigen naar de echte geschiedenislessen, is er best wat voor zijn uitval te zeggen. Nederland bezat met het Rijksmuseum al honderd jaar een NHM, maar is verder overdekt met een fijnmazig net van historische musea en lokale en regionale oudhheidkamers, die de geschiedenis van plaats en streek (meestal) uitstekend in beeld brengen. Waarom dat ook nog eens elders concentreren? Maar dat is een andere dicussie.

In de eerste weken van mijn geschiedenisstudie werd ons op het hart gedrukt dat we niet het onderscheid tussen geschiedenis en nostalgie moesten vergeten. Als mensen met onze eigen diverse achtergronden moesten we voorkomen dat we ons mee zouden laten slepen door emoties. Het was vroeger allemaal niet beter. De zon scheen niet de hele tijd. We denken dat er in opoe's tijd nog medeleven en burenhulp waren en dat je gewoon je fiets van het slot kon laten staan. Onzin. Zie o.a. het boek van Auke van der Woud, dat ik op mijn blog besprak. Aan de andere kant moesten we ons ook bedenken dat wij ons niet voor kunnen stellen hoe mensen vroeger aan hun situatie gewend waren. De mens is er zelf de oorzaak van dat hij zich moelijk in kan leven in het verleden. We worden getekend door onze eigen ervaringen. Maar om te begrijpen waar we vandaan komen hebben we wel goed geschiedenis onderwijs nodig. Geen bevestiging van die nostalgische gevoelens. Goed onderwijs berust op goed onderzoek. Het berust ook op een goed begrip wat moderne jonge mensen ervan kunnen leren. Ik zie dat niet in het lesmateriaal voor het vak, noch bij het ministerie dat daarover gaat. Het onderwijs is ondanks de erin toegepaste moderne technologie inhoudelijk traditioneel, verouderd, anachronistisch en niet aangepast aan de moderne tijd en de jonge mensen van nu. Een digitaal schoolbord met foute feiten blijft onderdeel van slecht onderwijs. Dat kan beter. Als we dat nou eerste eens voor elkaar proberen te krijgen? Dan kan het beeld en besef van het verleden van Nederland wat helderder  worden en verdwijnen misschien de clichés en de vooroordelen. Dan komen we misschien eindelijk eens tot een volwassener omgang met onze geschiedenis. Dan hebben kopstukken eindelijk eens geen reden meer om de interesse voor geschiedenis een hype te noemen of met onzinnige plannen voor een NHM te komen. Als dat nou eens zou kunnen.