Brochures
Naast patronen heb ik besloten ook kostuumbrochures uit te geven, om mensen een indruk van de kleding van een periode te geven. Tot nu toe zijn dat er drie geweest. Het is de bedoeling dat er meer uitkomen. Alle brochures zijn gebaseerd op tussen de 15 en 20 jaar kostuumonderzoek. Ik ben echter al in de jaren '70 begonnen met het verzamelen van kostuumboeken, miniaturen- en andere beeldverzamelingen van middeleeuwse kleding en het kijken naar museale verzamelingen met voor de kostuumstudie interessante kunst. Vanaf 1988 heb ik me speciaal verdiept in vroeg14e eeuwse kleding, omdat dat in de geschiedenis mijn favoriete periode was. In 1992 kon ik die kennis gebruiken voor het maken van een kostuumhandleiding voor de jaren 1250-1350 voor de levende geschiedenis vereniging Die Landen van Herwaerts Over en het jaar daarop kon ik daar een verdieping in aanbrengen toen het middeleeuwse gedeelte van Archeon van kleding uit ca 1350 moest worden voorzien.

Midden veertiende-eeuwse 'snijder' (zie de schaar) die een in elkaar gezette monnikspij op de vloer uitlegt. Dit is het type kleding dat alle monniksorden tot aan het begin van de vijftiende eeuw droegen.
Daarnaast verdiepte ik me in de niet-liturgische kleding van geestelijken, met name monniken en nonnen, omdat daar zo weinig van bekend was en er bijna niets over te vinden was in kostuumboeken. Ik maakte zelf 13e en 14e eeuwse kleding, waaronder 3 volledige monnikskostuums, die ik soms wel 10-15 jaar heb gedragen om te zien hoe alles zich hield in diverse weersomstandigheden of bij de diverse soorten activiteiten die je erin kunt uitvoeren. De eerste brochure gaat dan ook over de kleding van monniken van voor 1400.
Met ingang van 1996, toen tScapreel werd opgericht, ben ik me verder gaan richten op kleding van de tussenliggende- en nakomende periodes. Ik heb Frankische kleding bestudeerd, de kleding van adel en boeren van de 10e eeuw tot en met 1250, en de kleding van de periode 1350 tot 1500. De boeken- en miniaturenverzameling werd met vele exemplaren uitgebreid. Ik heb niet alles meer zelf nagemaakt, maar met hulp van diverse re-enacters over heel Europa, de USA en Australie-Nieuw Zeeland en natuurlijk die van zus Ger, heb ik vele conclusies kunnen trekken over de historische samenstelling, draagwijze, constructie en het onderhoud van kleding uit de betreffende periodes. Ook de ontwikkeling van kleding vanaf de prehistorie tot 1700 werd langzaam steeds duidelijker en dat zorgde voor een helder beeld van waarom men in dit gedeelte van de wereld (Noordwest Europa) juist dit soort kleding droeg.
Vooral dat laatste punt is niet iets waar je veel over leest in kostuumboeken. Ook in onze huidige brochures en patronen komt dit aspect niet veel aan de orde, maar de goede lezer zal dikwijls mijn gevolgtrekkingen over welk kledingstuk uit welk eerder type voortkwam kunnen terugvinden in de tekst.
Productiewijze
Bij het voorbereiden van een brochure wordt eerst gekozen voor een bepaalde periode. Dat moet een periode zijn waarin de kleding van de gekozen stand net niet te veel evolueert en zijn karakter voor het grootste deel bewaart. Vandaar bijvoorbeeld burgerman- en vrouw 1380-1420. Voor 1380 zijn er veranderingen die naar ca 40 jaar gedragen typen kleding leiden. Tegen 1420 zijn nieuwe veranderingen te herkennen die na 1420 hun echte gevolgen krijgen.
Binnen de periode wordt een onderzoek gedaan in de afbeeldingenverzamelingen om een indruk te krijgen van de dan gedragen burgerkleding. Er worden vast enkele kenmerkende voorbeelden geschetst. In de diverse publicaties over middeleeuwse kleding en in specialistische vakliteratuur wordt de behandelde periode kritisch nagelezen en een keuze uit de diverse informatie en theorieen wordt gemaakt. Uit de boektitels wordt een literatuurlijst samengesteld. Dan wordt per kledinglaag (ondergoed, basislaag en overkleding) gekeken hoe de kleding er uitzag, hoe hij werd gedragen en welke veranderingen er in de periode plaatsvonden. Boeren, arme, eenvoudige en gegoede burgers worden met elkaar vergeleken en de verschillen en overeenkomsten worden opgeschreven.
Uit die gegevens wordt een lopende tekst gedestilleerd. Deze wordt dikwijls nog aan ervaringsdeskundigen, zoals re-enacters en Scapreel performers, te lezen gegeven om eventuele onduidelijkheden eruit te halen. Die tekst wordt ook eerst nog enkele keren gecorrigeerd (soms door externe correctors) voor hij definitief goedgekeurd wordt. Teksten over stoffen en kleuren worden toegevoegd (die wisselen soms maar weinig per periode), de keuze aan patronen wordt tussen Ger en Henk samen beslist en de lijst met dingen die je niet moet doen wordt aan de periode aangepast. Intussen wordt een achttal schetsen uitgewerkt tot ca 15 cm hoge, geinkte tekeningen. De tekeningen worden gescand en eventueel bijgewerkt.
In het DTP programma Pagemaker/InDesign is een basislayout voor de brochure gemaakt en daarin worden de tekst en de tekeningen 'gegoten'. Het omslag wordt ontworpen. Hiervoor wordt een karakteristieke tekening wat forser geprint. De bijschriften bij de illustraties worden ingetypt. Afhankelijk van het aantal pagina's worden katernen samengesteld zodat de pagina's na printen op de goede manier achter elkaar komen te zitten. Er wordt een proefprint gemaakt en die wordt nog eens grondig nagekeken en alle fouten die we zien worden verbeterd (er blijft altijd wel wat zitten; dat is traditie bij alle publicaties).
Na goedkeuring wordt het omslag op stevig, getint papier geprint en het binnenwerk op gewoon wit papier. De oplaag is aanvankelijk nooit hoger dan 20 stuks. Ze worden met de hand gevouwen en geniet. Er wordt een prijs vastgesteld, die nooit opweegt tegen al het werk dat er aan besteed is. Om een voorbeeld te geven: het onderzoek voor de brochures over burgervrouw en -man 1380-1420 is in februari 2005 begonnen en heeft vele tientallen uren gekost. De schetsen zijn in april en mei gemaakt en daarna nog vele malen aangepast en bijgewerkt. Ook dat is dagen werk geweest. Het schrijven van de tekst is in juli begonnen. Begin september is de tekst aan een twintigtal mensen te lezen gegeven en daar kwamen in de loop van de maand en begin oktober de nodige vragen en correcties uit. Deze zijn in de definitieve tekst verwerkt. De definitieve tekeningen zijn in de loop van oktober gemaakt en gescand. Door tijdgebrek en ziekte duurde het nog tot begin december voor de lay-out en het printen afgewerkt konden worden.
