Henk 't Jong

Henk "t Jong
Foto Ger 't Jong, 2009





 

Alle columns zijn copyrighted Henk 't Jong/tScapreel/2001/2009 en geschreven toestemming is vereist voor het publiceren of overnemen ervan.


Terug naar Home



Archief van de Columns

Nr 1:
Breedbeeld Spektakel Recept

Nr 2:
DZZZJINGG!

Nr 3:
Historie = Spektakel!

Nr 4:
Historie als Soap!

Nr 5:
Historie in pictogrammen
Nr 6:
Een achtste kruistocht?
Nr 7:
Pakkende titels
Nr. 8
De Middeleeuwen geillustreerd
Nr. 9
'Een stinkboel' in een modern geschiedenisboek

Nr. 10
PR voor de Middeleeuwen
Nr. 11
Geschiedenis met een knipoog...of niet?

Nr. 12
Kasteel = rondleiding met spreekwoorden

Nr. 13
Jaloers
Nr. 14
Middeleeuwse huurkostuums bestaan niet!

Nr. 15
Wetenschapper vlucht voor Ievende geschiedenis!

Nr. 16
Levende geschiedenis in musea: is dat leuk?

Nr. 17
Geschiedenis; moet dat?

Nr 18:
Het Geschiedenis-gevoel

Nr 19:
Slow history
Nr. 20
Verdrietig
Nr. 21
Zand, zeep en soda
Nr. 22
Re-enacterisms
Nr. 23
Werkt levende geschiedenis?

Nr. 24
NJBG-lid over de middeleeuwen
Nr. 25
Valse tradities

26 Fantasy of geschiedenis?


Het is moeilijk voor de gemiddelde leek om fantasy en geschiedenis uit elkaar te houden. Zeker als het om de middeleeuwen gaat. Nou hebben de middeleeuwers het er natuurlijk wel naar gemaakt, want zij hebben zelf allerlei sprookjes geschreven over koningen met magische zwaarden, tovenaars, draken en reuzen en verdere fabelwezens. Ook in zogenaamde ‘wetenschappelijke’ bestiaria of beschrijvingen van de dieren die volgens hen in de bekende en onbekende wereld voorkwamen staan de nodige onmogelijke exemplaren. Haal daar verder nog eens de dierenfabels met sprekende beesten bij en het geloof in met de duivel heulende heksen uit de late middeleeuwen en je hebt een stevige basis voor de aanname dat de middeleeuwen een magische periode waren.
Het is me bekend dat er nu nog steeds veel mensen zijn die in kabouters en heksen geloven of die denken dat sommige van die fabeldieren echt bestaan hebben. Het gegeven dat draken de afstammelingen van de sauriërs van 65 miljoen jaren geleden waren en aldus in het geheugen van de mens zijn blijven hangen is wijdverspreid, ook al kwam de mens pas vele miljoenen jaren later op aarde. Ook geloof in magie, helderziendheid en levitatie door gedachtenkracht evenals bijgeloof over de invloed van zwarte katten of het getal 13 tonen aan dat zelfs de 21e eeuwer nog gedeeltelijk in een (rest van een) magisch universum leeft. De wetenschap heeft sinds de Verlichting dus nog steeds geen echt doorslag gevende invloed op het denkraam van de gemiddelde niet in die zin opgeleide burger gehad.  De mens is geneigd veel aan te nemen en dikwijls te lui om nuchter na te denken of dat wat hij voorgezet krijgt ook werkelijk wel klopt.

Ik heb dit probleem al meer behandeld in mijn columns, maar nu, na mijn afstuderen, is het weer actueel aan het worden. De laatste maanden bestudeeer ik namelijk de diverse lesmethoden die er bestaan voor het onderwijs in de geschiedenis op basisscholen en in het voortgezet onderwijs. En dan speciaal het middeleeuwse gedeelte.  Natuurlijk houden ze zich alle aan de canon (vijf onderwerpen over de middeleeuwen) en de tijdperken van de commissie De Rooij, maar ze geven er wel zelf allemaal een eigen invulling aan. Uiteraard moet men zich houden aan de historische gebeurtenissen die tussen ca 500 en 1500 plaats hebben gevonden en de beide boeken over de Tijd van monniken en ridders en de Tijd van steden en staten van Ben Speet bieden daarvoor een best wel goede ondergrond. Typerend is echter dat alle methoden, zes voor de basisschool en vier voor de onderbouw van de ‘middelbare’ school, ervoor kiezen om maar een paar zaken flink uit te vergroten. En in volgorde van meest voorkomend zijn dat: ridders, riddertijd, kastelen en kruistochten en steden en wat daar allemaal gebeurde. Kloosters en monniken en de verspreiding van het christendom komen ook wel wat aan de orde, evenals Karel de Grote en zijn Franken, Floris V en zijn keerlen en de Islam. Maar dat is het wel.

Het vervelende is dat tijdens de behandeling van die onderwerpen alle nuchtere geschiedschrijving en de toch ruim aanwezige literatuur over wat er van ridders, kastelen en steden bekend is wordt vergeten. Mythen, fabels, legenden en sprookjes, evenals Hollywoodse afbeeldingen hebben de overhand. Kasteelbelegeringen van het cliché type, banketten met opgezette pauwen en jongleurs, ridders die de hele dag in volledig harnas lopen, varkens op modderstraten, terechtgestelde misdadigers en bedelaars op elke hoek plus stinkende grachten. Kortom, wat je in elke film of elke strip, in elk kinderboek en elke tv-serie tegenkomt staat ook in de les- en werkboeken. En de onderwijzers en leraren worden geacht de meest domme antwoorden op de toch al niet slimme vragen goed te keuren. Om over de ‘leuke’ opdrachten maar niet te spreken. De illustratoren, die al die in volkleur uitgebrachte en pittig geprijsde methoden  van plaatjes hebben voorzien,  weten niet hoe de middeleeuwen en hun bewoners in die hele lange periode eruit zagen en geven ze de meest anachronistische pakken en andere uitmonsteringen aan. Kastelen en stadshuizen kloppen bouwkundig en historisch niet en staan, wat periode betreft, volkomen door elkaar heen.

En was dat maar alles. In deze op beeld georienteerde maatschappij is het heel gebruikelijk om filmpjes over deelonderwerpen van de geschiedenis van het internet te halen. Er zijn  diverse bedrijfjes en instituten die hele series van die dingen op hun sites hebben staan die je al of niet tegen betaling kunt downloaden. Er zijn zelfs juffen en meesters die hun eigen sites vol weetjes, plaatjes en video’s hebben gezet. Waarschijnlijk in eerste instantie voor hun eigen leerlingen, maar intussen weten leraren en leerlingen van elders ze ook te vinden. Zelfs de lesmethoden verwijzen wel naar dergelijke websites, een  enkele heeft zelfs de filmverkopers in hun boeken aangeraden. De filmpjes zijn, op een paar uitzonderingen na (niet toevallig die over Archeon en die waarbij tScapreel betrokken is geweest plus een paar goede buitenlandse) van een zeer bedenkelijk niveau en leveren veelal onzin, naast een enkel kloppend historisch feit. De leraren-sites zijn eigenlijk verzamelingen rijp en groen, waarbij, volgens mij, de leerlingen dikwijls met tegenstrijdige meningen, feiten en gegevens geconfronteerd worden. Maar misschien was dat de didactische bedoeling?

Het verbaast mij allemaal al lang niet meer dat mensen die zulke lesstof te horen en te lezen krijgen zulke rare denkbeelden hebben over de middeleeuwen. Denkbeelden die eigenlijk al een hondertal  jaren de ronde doen en die dan ook diverse generaties hebben opgevoed in een volkomen fout begrip van een stuk van duizend jaar geschiedenis. Al s je dus de mensen het verschil tussen wat fantasie is en wat echt gebeurde geschiedenis is wilt laten ziet, moet je waarschijnlijk vroeg beginnen. Op de ‘lagere school’ dus. Dat ga ik dus doen. Let op deze plek.

Henk 't Jong
25.10.2009


Naar Boven


Hebt u reacties? Waag er eens een e-mail aan.