Heeft het publiek om levende geschiedenis gevraagd?
"History is about dead people". Geschiedenis gaat over dooie mensen. Geen wonder dat geschiedenis saai gevonden wordt. Want was is er nou aan dooie mensen en wat ze gedaan hebben? Daarbij stonken ze, zagen ze er raar uit en deden de meest vreemde dingen. Toch? Tenminste... dat hoor je veel. Zeker als je in een vak als het mijne zit. Maar jullie zien er wel leuk uit, zeggen ze dan. Als ze ons tegenkomen op een middeleeuwse markt of een stadsjubileum bijvoorbeeld. Dat komt natuurlijk ook omdat wij levend zijn, nauwelijks stinken en geduldig uitleggen wat we aan het doen zijn en waarom. Dat vinden mensen eigenlijk wel interessant. Er zijn er zelfs die echte AH-erlebnissen hebben. Goh, deden ze dat zo? Nooit geweten! Eigenlijk best cool die middeleeuwers. En dan zijn die rare kleren ineens niet zo vreemd meer. Zeker niet als we uitleggen waarom ze er zo uitzagen en waarom ze ze zo droegen. Goh, logisch eigenlijk.
En als we dan ook nog uitleggen dat hun eigen voorvaderen in 1100, 1300, 1400 of 1650 er net zo uitzagen, gaat ze een lichtje op. Dan komt bijvoorbeeld ineens die stamboom die een ouwe exentrieke oom eens voor de familie gemaakt heeft tot leven. Dan gaat hun EIGEN geschiedenis leven. Door ons. Doordat de mensen van tScapreel als LG spelers op straat staan en gewoon die vragen beantwoorden.
Vraag
Maar hebben zij ons gevraagd om dat te doen? Nee, natuurlijk. Wij van tScapreel hebben zelf het initiatief genomen om, in het seizoen, naar de mensen toe te komen. Archeon heeft dat in het verleden ook wel eens gedaan. Maar zoals de mensen van het kantoor weten; dat is nog een hele organisatie en die werd toch liever ingezet om het park goed te laten lopen. Maar waarom hebben wij dat dan gedaan? Dat is eenvoudig. Wij vonden dat diverse als historisch geadverteerde evenementen er eigenlijk een beetje met de pet naar gooiden. Wij wilden daar iets verantwoords tegenover zetten. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot. Eerst moet je laten zien wat je kunt en hebt. Foto's, video's, tegenwoordig onze website. Daarnaast moet je veel praten; overtuigen, soebatten, uitleggen. En daarna moet je dat allemaal waarmaken. The proof is in the pudding; men moet het eerst zien en meemaken en dan gaat pas het balletje rollen. Vandaar dat we nu zo'n beetje over heel Nederland en een stuk van België bekend staan als prima, informatief en publieksvriendelijk gezelschap. We hebben nog nooit in ons achtjarig bestaan een minder dan goede evaluatie heeft ontvangen van onze opdrachtgevers. En dat kunt u bij ons nakijken. Het blijkt trouwens ook al uit het feit dat we bij diverse elk jaar voorkomende evenementen soms al voor het zesde of zevende jaar staan. Maar genoeg eigen roem...
Nee, het publiek heeft niet om LG gevraagd. Wij presenteerden het zomaar omdat we vonden dat er behoefte was aan betere informatie over onze periode. We bedrijven als het ware een soort PR voor de Middeleeuwen, want die heeft een slechte naam. En omdat we er een boterham mee kunnen verdienen, natuurlijk. En alle andere instanties, als musea, gemeenten en themaparken begonnen er mee omdat ze daar ook ZELF een reden voor hadden. De musea natuurlijk omdat het bezoekersaantal er misschien door kon toenemen. Themaparken omdat het zonder LG-ers anders een dooie boel zou zijn. En de weinige gemeenten, die met het concept werken, omdat ze het historische karakter van hun oude binnenstad er voor de toeristen nog aantrekkelijker mee konden maken en dus ook meer bezoekers kon trekken. Het lijkt er dus op of LG een middel is om de omzet te verhogen; een marketing concept dus. Maar is dat dan het enige?
Begripsverwarring
Er zou tenminste een educatief concept achter moeten zitten; je wilt niet alleen meer verdienen met het invoeren van LG, maar er ook wat mee duidelijk maken. Want dan komt de betekenis van die term, LG, om de hoek kijken. Wat is LG anders dan het tot leven brengen van geschiedenis? Van die dooie mensen dus. Logisch toch? De vraag is echter of dat wel zo logisch is. Toevallig zijn er dit jaar drie stukken over LG geschreven waaruit blijkt dat die term nog helemaal zo helder niet is.
Daar was ten eerste het artikel Een nieuwe kans voor het cultuurtoerisme, van Albert van der Zeijden van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur in het boekje Erfgoed en Toerisme dat deze lente uitkwam. Hij legt nogal de nadruk op de mogelijkheid die LG biedt om de cultuurtoerist (whatever dat is) te vermaken. Hij legt dan de link naar de diverse verenigingen op het gebied van Living History, (waarom het in het Engels moet, weet ik niet) die voor die markt beschikbaar zijn. En hier treedt al gauw de verwarring tussen de termen LG en Re-Enactment naar voren, die hij in zijn stukje regelmatig door elkaar haalt. RE is een vorm van LG die focust op een historische gebeurtenis en die naspeelt. Dat kan een kroning zijn, een rechtzaak, een banket, een politieke moord of een veldslag. De eerste vier onderwerpen zullen de vorm van een opgevoerd toneelstuk aannemen, maar de laatste, de veldslag of een ander deel van een oorlog (een belegering, een kamp of een mars) kan er heel wat minder statisch of theatraal uitzien.
Het is misschien niet toevallig dat zowel in Engeland als in Amerika al 30 jaar geleden burger- of vrijheidsoorlogen onderwerpen voor re-enactment waren. Enthousiastelingen die met gereconstrueerde zwartkruitwapens schoten, wilden dat wel eens in een historische context doen. Ze speelden dus, oorspronkelijk zonder publiek, die bewuste slagen of belegeringen na. Ze reconstrueerden daarbij dan ook de uniformen of kleding, de verdere kostuumaccessoires en voorwerpen die daarbij hoorden. Op den duur konden ze zelfs de kampementen van die soldaten neerzetten. Die laatste onderdelen komen voort uit en zijn het LG aspect van RE. RE heeft dus wel degelijk LG kanten (onderzoek, reconstructie, uitvoering en soms zelfs educatie) maar het was, en is dikwijls nog, niet het uitgangspunt van de wederopvoering. Het is een show, die passief genuttigd kan worden. Als je geluk hebt (en dat komt steeds vaker voor) kun je in het kamp, achteraf, nog wat uitleg krijgen. Maar RE heeft nog steeds een hoog militair gehalte en veel beoefenaars zijn niet in de eerste plaats geïnteresseerd in het educatieve aspect van hun hobby.
Folklore en stoeten
Intussen betrekt Albert van der Zeijden in zijn artikel ook zaken als folklore en historische optochten bij het fenomeen LG. Daar gaat hij voor mij echter te ver. Folklore gaat niet over het nadoen van wat de dode voorouder deed op de manier zoals hij dat deed en zoals hij eruit zag, maar het is een voortzetting van een culturele traditie die in de 19e eeuw net op tijd gered is van het verdwijnen. Men is helemaal niet geïnteresseerd in het precies nadoen van wat de voorouders deden.
Dingen als moderne brillen, horloges, dansschoenen, sieraden worden gewoon gedragen bij het folkloristisch kostuum. Roken en tussendoor pilsjes drinken en patat eten gaan gewoon door. Dat kan nauwelijks historisch verantwoord genoemd worden. Diverse folklorisctische dansgroepen zijn bovendien inmiddels gekleed in met de naaimachine genaaide replica's van historische kostuums in de verkeerde kleuren en stoffen. Dat is dus niet wat ik onder LG versta.
Ook de zogenaamde historische optochten zijn dat in mijn ogen niet. Sterker nog:ze leunen dikwijls dichter tegen Disney aan (inclusief de beroemde Belgische stoeten) dan dat ze historisch verantwoord zijn. Er wordt zelfs dikwijls een ontwerper aan gezet om een consequent door hem bepaald beeld door de hele stoet heen te bepalen en daar vormen en kleuren bij aan te passen. Ook hier zijn kostuums en accessoires, en zeker wagens en andere decors, eerder theatraal dan authentiek. De historie is hier daarom eerder inspiratie dan uitgangspunt.
Ik vind dat LG een veel nauwere basis heeft en heb dat als volgt verwoord in een soort definitie: het opvoeren van het dagelijks leven, handwerk en kundes in een bepaalde historische periode op een bepaalde plaats (hoeft niet historisch te zijn) voor educatieve doeleinden, zonder dat aan een speciale historische gebeurtenis op te hangen en in een zo goed en authentiek mogelijke reconstructie van de kleding en verdere uitrusting uit de gekozen periode.
Dat houdt in: het periode-correct uitvoeren van handelingen uit een bepaalde tijd in verantwoorde kleding voor een publiek dat zo op verschillende manieren tegelijk wordt geinformeerd over de historie, en dat de mogelijkheid heeft om vragen te stellen en antwoorden te krijgen. Want in mijn ogen is educatie het belangrijkste onderdeel van LG en dat doe je door te communiceren. En door kloppende historie te tonen. Hebt u volksdansers wel eens iets uit horen leggen? Of kon u de mensen in de optocht vragen wat ze voorstelden?
Buitendat zijn folklore en dergelijke stoeten tegenwoordig niet meer dan toeristische trekkers die geen historische educatie beogen en door het VVV zijn (mede)georganiseerd. Niet dat dat slecht is. Het zorgt voor vertier, inkomsten voor de middenstand en een welbestede middag of avond voor honderdduizenden toeristen, die zo ook nog een vleugje cultuur meekrijgen (zouden dat die cultuurtoeristen zijn?). Maar veel begrip voor de geschiedenis van stad of streek, laat staan zijn voorouders, komt er niet uit voort.
Scriptie
Petra Pannekoek studeerde deze zomer aan de UvA af op een scriptie die heette: De opkomst van LG verenigingen in Nederland vanaf de jaren 80 en veranderingen in de historische cultuur. Die dingen hebben altijd lange titels, maar dat schijnt zo te horen. Zij gaat ook terug in de geschiedenis om te zien waar LG begonnen is. Ze vond die bij de diverse nationale herdenkingen in de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw. Daarbij werd door middel van historische tableaus, stoeten, spelen en opvoeringen de geschiedenis nagespeeld. Dat zou ook LG zijn. Ik ben het daar niet mee eens.
Ten eerste was hier geen authenticiteit van uiterlijk en inhoud aan de orde, maar sentiment, chauvinisme, nationalisme en verknochtheid aan de eigen zuil, zoals de geschiedbeleving in die tijd nu eenmaal in elkaar zat. Het ging om het overbrengen van een gevoel, niet van begrip voor de voorvaderen. Opgevoerd in het kader van de natievorming, zoals Pannekoek dat zelf ook toegeeft. Dus niet met de bedoeling een authentiek beeld van het verleden te geven.
De in 1872 begonnen en in 1966 weer opgepikte inname van Den Briel is hier een voorbeeld van. In de 19e eeuw, met de net begonnen Katholieke Emancipatie, moest er nog behoorlijk uitgekeken worden om niet op lange tenen te stappen. Die geuzen waren nu eenmaal geen lekkere jongens geweest. De martelaren van Gorkum waren daar het bewijs van. Maar in de 20e eeuw had men van dat soort dingen geen last meer en sinds 1966 werd onder auspiciën van de middenstandsvereniging en de VVV elk jaar op 1 april een kartonnen poort gerammeid door in huurkostuums van gordijnfluweel gestoken geuzen en verdedigd door Spanjaarden met plastic helmen op. Is dit LG? Nee. Dit is een toneelstukje. Want ook hier is educatie niet de drijfveer, maar die van het pushen van de locale economie.
Ditzelfde geldt voor de ook in Pannekoeks scriptie voorkomende schutterijen. Die begonnen in de middeleeuwen als weerbaarheidscorps om stad of dorp te verdedigen en eventueel om deel uit maken van het feodale leger van de vorst. Na die tijd, en zeker in de 19e eeuw na de invoering van de dienstplicht, leidden ze een kwijnend bestaan. In de jaren 30 van de 20e eeuw en vooral in de jaren 50, werden de diverse schutterijen, vooral in Brabant en Limburg weer nieuw leven in geblazen onder de noemer Schuttersgilden. Dat wil zeggen; ze fungeerden niet meer als burgerwacht, maar vormden leuke groepen in kleurige (of juist stemmige) kleding van een ouderwetse snit en met zwaaiende vaandels, klinkende trom en het afschieten van buksen of bogen, kruis of hand, in een competitie om het koningszilver. De schutterijen waren ook folklore geworden. En zelfs het 'stormen' van de schutters in Heerlen, waarbij ze een inname van de stad door Gelders-Gulikse troepen in 1542 naspelen, kan niet onder RE, zoals Petra Pannekoek schrijft, worden gerangschikt, noch onder LG. Ook dit is een toneelstukje.
Vroeger werden koningsschietdagen gehouden, om de ceremoniële leider van het Schutsgilde voor het aanstaande jaar door het lot van het gelukkigste schot te laten kiezen. Nu zijn het niet meer dan door religieuze gevoelens, veel bier en strak gaande groepen (het gilde gaat, het marcheert niet, dat wist u toch?) begeleide sportieve evenementen. Zeker als het om grotere regionale schuttersevenementen, de Gildedagen of de Landjuwelen, gaat, zijn het tevens toeristentrekkers van jewelste. En laten we wel wezen, de diverse schutterij-uitmonsteringen zijn niet bepaald voorbeelden van authentieke reconstructies van historische kleding.
LG in musea
Ik kom aan het derde en laatste artikel. In Museumpeil, het tijdschrift voor museumconservatoren, van dit najaar verschijnt een stuk van Dorien Stijkel over de toepassing van LG binnen musea. Zij dateert de start van de LG als concept al aan het eind van de 19e eeuw als in het openluchtmuseum Skansen in Stockholm echte Lappen in hun natuurlijke habitat getoond worden. In Nederland gebeurt in diezelfde tijd iets dergelijks. Welgestelde stedelingen, de eerste toeristen, bezochten Marken en Volendam op zoek naar authenticiteit en eenvoud van de traditionele dorpsbewoners. Die mensen woonden toen echt nog in 17e eeuwse huisjes en droegen nog hun traditionele klederdracht. Ook hier zie ik geen levende geschiedenis in. Het idee was toen trouwens al niet nieuw meer, want tijdens de grote Wereldtentoonstelling in 1851 in Londens Cristal Palace waren al pygmeeën en Berbers in hun typerende outfits, of het gebrek eraan, te zien.
Mensen, die Lappen, Markers en pygmeeën leefden nog! En ze liepen er in die tijd nog echt zo bij. Ze werden niet door het VVV betaald om zich te verkleden in hun oude volksdracht of hadden nog niet zelf hun aantrekkingkracht op toeristen ontdekt en te gelde gemaakt. Het was levende folklore, geen LG. Dit in tegenstelling natuurlijk tot de dode folklore zoals die van dorsers in Schagen of Raalte, of de volksdansgroepen in Exloo. Je kunt trouwens in noord Skandinavië nog steeds Lappen in hun traditionele kleding bewonderen, maar alleen hebben ze nu wel zonnebrillen op en zoeven op sneeuwmobielen rond. Net als de net zo traditionele Inuits.
Stijkel noemt ook de term Expermentele Archeologie, met name voor het runnen van een historische boerderij uit 1830 in de USA. De bedoeling hiervan was door het toepassen van oude materialen en technieken de werking ervan beter te begrijpen. De medewerkers van Archeon zal dit bekend in de oren klinken. EA is namelijk een van de middelen die LG gebruikt om zijn verhaal te schrijven. Het onderzoek naar gereedschap, technieken en de resultaten van beide is typisch de basis van de kennis over het verleden die spelers handvatten geeft om een levend verhaal te vertellen aan mensen die daar vragen over hebben. Informatieoverdracht heet dat in museumkringen en men vindt dat zeer belangrijk. Steeds belangrijker, eigenlijk.
Twijfels
Aan het beoefenen van LG zit dus veel meer vast dan een toneelstukje leren, een kostuum huren en een plaats en misschien een reden zoeken om het op te voeren. Het vergt onderzoek, experimenteren, zelf dingen maken, want er is soms niemand meer die het voor je kan doen, je verdiepen in de omstandigheden en het dagelijks leven van de gekozen periode. Daarbij moet je het geleerde willen en kunnen overbrengen op het publiek. Want zonder communicatie en informatieoverdracht kun je die geschiedenis niet levend maken. Dan blijft het van een afstand apies kijken en je verbazen over die vreemd uitziende figuren die iets onduidelijks aan het doen zijn.
Vandaar ook dat ik bijvoorbeeld mijn twijfels heb aan wat zo kernachtig 'first-person-interpretation' heet, oftewel eerstepersoons rollenspel. Hoewel je als speler dichtbij komt en met de bezoekers praat en hun vragen, binnen een bepaald kader, beantwoordt, blijf je toch op afstand. Je kunt niet uit je rol vallen om een eerlijke, nieuwsgierige vraag te beantwoorden die alleen een modern mens kan stellen. Ik vind dat, in het kader van de informatieoverdracht, contra-productief. Je voert toch een toneelstukje op, je mag niet buiten de tekst en van je personage af. Dat vind ik frustrerend. Zowel voor speler als voor bezoeker. En ik ben in beide posities geweest, dus ik kan het weten.
Dorine Stijkel zegt in haar artikel het volgende: "De nieuwe cultuurtoerist (kan iemand mij uitleggen wat dat is?) wil in zijn vrije tijd het verleden voelen, ervaren en beleven. Zij willen verhalen horen en zich kunnen identificeren met deze verhalen. LG kan de belevingswaarde van het museum vergroten, dat hierdoor een actiever en dynamischer imago krijgt."
Buiten de introductie van deze 'nieuwe' vorm van toerisme - maar waren die 19e eeuwers die Marken bezochten dat al niet? - kan LG volgens haar een museum levendiger maken. Dat zou wel eens waar kunnen zijn, maar dan moet het wel echte LG zijn en geen dode of levende folklore, een RE show zonder verdere uitleg of krakemikkige toneelstukjes. Want dat is allemaal de hond in de pot. Het moet kloppen, het moet er goed uitzien en de publieksvriendelijkheid van de 'spelers' is van levensbelang. Dan pas is het LG en kun je een goed, levend en intrigerend verhaal vertellen. En je moet het publiek van tevoren uitleggen wat ze kunnen verwachten, dan zijn ze in ieder geval voorbereid.
Vonkje
Een suppoost die de tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt kan, als hij daar aanleg voor heeft, een ontroerend of spannend verhaal vertellen, maar dat is geen LG. Hij is LG op dat moment, maar hij ziet er niet uit als toen hij in 1940-45 actief was. Zijn verhaal kan aankomen en mensen een waarachtige belevenis laten ondergaan, maar dat kan een goede geschiedenisleraar ook. Een LG-speler die goed is kan je laten zien, horen, ruiken, voelen en soms proeven hoe het verleden was in een tijd die te lang geleden is om nu nog overlevenden te hebben. Dan vergeet je dat die speler een mens van deze tijd is en komt de geschiedenis even heel dichtbij. En als het helemaal goed is springt er dan een vonkje over...
Ik hoop te hebben uitgelegd dat de gemiddelde Nederlander niet om het fenomeen LG gevraagd heeft. En dat iedereen die ermee bezig is, tScapreel net zo goed, daar zijn eigen bedoeling mee heeft. De basis is echter om de bezoeker van een instelling of evenement een gevoel te geven dat hij even in het verleden terug kan kijken, het aan kan raken en tegelijkertijd zijn vragen kan stellen. Die mogelijkheid bestaat nog maar kort in Nederland. Net zo goed als RE is LG pas in de jaren 90 hier goed op gang gekomen. Al wat eraan voorafging was geen LG, maar een vorm van toerisme trekken of nationalistische gevoelend opwekken.
Sommige mensen zijn tegenwoordig erg uit op het aflopen van zulke evenementen (zouden dat die cultuurtoeristen zijn?). Het is daarbij wel de vraag of ze zelf het verschil kunnen zien tussen LG en een tourist-trap. Ik geef het toe; ook tScapreel staat soms op evenementen waarvan we denken; wat doen we hier eigenlijk? Toch zijn er altijd wel bezoekers die toch geraakt worden door wat we doen en vertellen. En soms slaat het vonkje over. Dan weten we dat we goed bezig zijn geweest.
Henk 't Jong
9.11.2003
NB: Het woord cultuur in onze context betekent: beschaving, verfijning van het geestelijk en zedelijk leven, resp. het daarin bereikte peil, beschavingstoestand (Van Dale).
