Inleiding op patronen en brochures
We leggen bij onze patronen en brochures vooral de nadruk op het verstrekken van informatie over burgerlijke kleding; de kleding van de eenvoudige mens. In kostuumboeken wordt altijd het meest aandacht besteed aan de kleding van adellijke en rijke personen, omdat daar de meeste afbeeldingen uit de tijd zelf van bewaard zijn gebleven. Dat betekent echter niet dat plaatjes van boeren en burgers niet bestaan. Ze zijn er wel degelijk, maar je moet er harder naar zoeken. We realiseren ons dat veel mensen eigenlijk erbij willen lopen als edelen, in zo rijk mogelijke kostuums. We vinden dat echter onrealistisch.

Voorbeeld van een middeleeuwse miniatuur waarop je gewone mensen in hun kleding ziet. Hier zie je een vijftiende-eeuwse bakkerij in vol bedrijf.
Gedurende de Middeleeuwen kleedden de rijken zich wat snit betreft niet veel verschillend van de gewone man, alleen waren hun keuzemogelijkheden ruimer. Ze hadden het geld om meer kleding aan te schaffen en die meer afwisselend te dragen: zeer dure kleding voor ceremonieel, eenvoudigere voor het dagelijks leven. Ze konden zich ook duurdere stoffen veroorloven en meer ervan. Dat dure zat hen niet alleen in het exotische, dus zijde en brocaat uit Italie of het verre oosten, maar in bijvoorbeeld lakense wol, die meer bewerkingen had ondergaan en die mooi zacht en glad was. En dieper van kleur omdat de stof door meer kleurbaden was gegaan. Of ze konden dure bontsoorten gebruken voor voeringen, of duurder linnen voor vrouwensluiers. Of dure gouden en zilveren decoratie op leerwerk, langs kledingranden en als sieraden. Als je nu echter adelskleding zou willen maken ben je nog steeds echt duur uit. Goede wollen stof is duur, bont is onbetaalbaar (en nep bont is echt nep om te zien!) en zilveren en gouden beslag is natuurlijk ook zeer kostbaar. Het is kortom ook nu nog bijna onmogelijk om een geloofwaardig edelman of -vrouw neer te zetten zonder er een fortuiin aan uit te geven.
Het is echter wel te doen om gewone burgers geloofwaardig neer te zetten. Al kunnen we nu nooit echt 100 % authentiek zijn. Denk er alleen maar aan dat al onze stof tegenwoordig uit fabrieken komt en niet meer met de hand wordt gesponnen, geweven en geverfd.
De gewone man en vrouw waren ook, net als nu, het meest zichtbare deel van de maatschappij, dus waarom die niet uitbeelden. De meeste mensen van nu stammen af van deze eenvoudige, hardwerkende, maar ook zich ontspannende voorouders. Waarom zou je proberen adel voor te stellen? De adel besloeg nooit meer dan een paar procent van de samenleving en de rijke families binnen een flinke stad waren nooit op meer dan twee handen te tellen. Daarbij liepen ook deze mensen er niet de hele dag opgetut in hun mooiste kleding bij. Ook zij hadden gewone kleren, waarin ze het grootste deel van de tijd gekleed waren. Dan waren ze alleen aan de kwaliteit en de kleur van de stof te herkennen tussen hun armere stadsgenoten. En later in de middeleeuwen doordat hun kleding meer plooien bevatte: ze konden het breder laten hangen.
