Kunsthistorici
Uit eigen ervaring weet ik dat kunsthistorici in hun opleiding niet erg diep ingaan op zaken als het uiterlijk van de middeleeuwen. Men doet wel wat aan de diverse periodes en hun kenmerken op gebied van architectuur, schilder- en beeldhouwkunst, maar de details waaraan je een monument of kunstwerk kunt dateren blijven nogal vaag. Ik heb daar echter wel uitgebreide ervaring mee. Zo heb ik al diverse vragen van kunsthistorici (en bouwhistorici) kunnen beantwoorden, door mijn kennis van kleding, wapenrusting, wapens en heraldische familiewapens. Ook weet ik de bronnen te vinden voor historische zaken die zij niet in hun opleiding hebben gehad.
De historische vragen waarmee zij kunnen zitten zijn daarom bij mij aan het goede adres. Of het nu de achtergrond van het middeleeuwse interieur is, de namen van huisraad of de betrouwbaarheid van een legende over een Gelderse gravin. Over het eerste onderwerp heb ik een paper gegeven op een congres in Brugge over The Splendour of Burgundy. Het artikel komt ook in de congresbundel. Door de auteur van een artikel over een huiselijke scene met tafelgerei en voedsel bij de Heilige Familie kon ik hem behoeden voor het meer achter zaken zoeken dan erin zat. De vraag over de Gelderse gravin kwam van een bekende Amerikaanse kunsthistorica die een boek voorbereidde over een getijdenboek dat van die gravin geweest zou kunnen zijn.
Niet alleen deze drie voorbeelden van onderzoek en rapportering, maar alle andere opdrachten die ik voor kunsthistorici heb gedaan zijn door de klanten hogelijk gewaardeerd.
Als je denkt de klont boter voor Maria in deze maaltijd van de heilige familie een struisvogelei is, dan ga je met je interpretatie van dit schilderij mooi de mist in.
