Expositie-recensie 9
De geur van warm ijzer
Onverwacht ben ik niet in één van mijn ‘vaste’ Utrechtse musea terechtgekomen, maar in het Spoorwegmuseum. Dat is leuk! Vooral voor jongetjes. En hun vaders en opa’s. De eersten lopen er met grote ogen rond, de laatsten met een niet wijkende glimlach. Moeders, oma’s en meisjes lijken niet zo enthousiast, maar dat kan ik ook mis hebben. Die waren er ook minder. Natuurlijk ben ik ook zo’n jongetje, vader en opa en ik moest dan ook veel aan mijn nog geen één jaar oude kleinzoon denken. Opa heeft dus tegelijk even (nou ja, even....) gecontroleerd of dat wat voor hem is. Het duurt natuurlijk nog wel even voor hij mee kan en dan moet je maar afwachten of treinen tot zijn belangstellingsgebied gaan horen. Gek eigenlijk dat ik dit nooit met mijn zoons heb gedaan. Ik begreep echter van een zeer aardige en deskundige medewerker dat het museum nog niet zo lang in deze staat is: pas sinds 2005. Daarvoor, ondanks een eerdere verbouwing in 1988-89, stond het materieel gewoon buiten en had daar nogal onder te lijden. Na die laatste verbouwing is alles onder een enorme overkapping komen te staan en zijn er enkele ‘ervaringswerelden’ bijgebouwd, plus horeca-, congres- en winkelmogelijkheden. Het is een museum van deze tijd geworden met een mengsel van vermaak en educatie. En veel nostalgie. Want dat die treinen op zich al een belevenis zijn is natuurlijk buiten kijf. Wat een mooie dingen zijn die van koper en lak glimmende stoomloks toch. Jammer dat er niets onder stoom was, maar de lucht van dieselloks – er was er één aan het rangeren – hing wel in die open centrale loods. Evenals de heerlijke geur van warm ijzer of staal.
Het Maliebaanstation is in 2005 tegelijk geheel terug gebracht in zijn 19e eeuwse staat en een bijzonder sfeervol gebouw geworden, met een prachtige koninklijke wachtkamer, een stationskapper (van het Dordtse station afkomstig) en poëtische koffers met dromen. De horeca serveert verder een behoorlijk, maar wel prijzig (€ 4,50) broodje, de koffie is draaglijk en ze hebben Brand pils, wat altijd een goed teken is. De WC’s zijn schoon en ruim. Het personeel is vriendelijk en open (de restauranthouder iets té... over zijn collega’s). Het geheel ademt iets van een sfeer van steam-punk industrieel met nep-beroete baksteen en nep-geroeste ‘ijzeren’ spanten met veel metaalconstructie in het zicht. Maar dat maakt het wel bijzonder sfeervol. Voor mij was met name de werkplaats van de hobby-modelbouwer, na diens dood door de weduwe aan het museum geschonken, het sfeervolst. Dat kwam ook doordat het kamertje me erg deed denken aan mijn vaders hobbyzolder, al zat die meer in het hout in plaats van het ijzer. Maar de oude radio, de glazen potjes en hergebruikte blikken met schroeven en spijkers en de gebloemde gordijntjes kwam behoorlijk overeen.
De belevingsattracties waren uiteraard nostalgisch maar smaakvol ingericht. De tijdreis naar het stoomverleden had een hoog Anton Pieck gehalte, maar misschien zag het er in de Biedermeiertijd (1820-50) wel echt zo uit in Engeland en Nederland. Ik heb er tenminste een aangenaam halfuurtje in doorgebracht en nauwkeurig de de replica’s van huizen en werkplaatsen, het houten station en de replica van de Arend, de eerste Nederlandse stoomlok, bekeken. Daar was trouwens alle gelegenheid voor want druk was het helemaal niet. In het seizoen en de vakanties zal het er best een stuk chaotischer zijn.
De Oriëntexpres en het toneelstukje over conducteur Maurice in de voor nog geen tiende gevulde kleurige theaterzaal waren vermakelijk en voldeden aan alle nostalgische eisen. De korte ‘spookhuistocht’ tussen treinen en werkplaatsen door was voor jonge kinderen echter waarschijnlijk nog wat te eng en deed me wat aan de nogal tegenvallende Vliegende Hollanderrit in de Efteling denken, maar dan zonder duik in het water. Toch vond ik hem wel leuk en ook hier was het personeel uitermate aardig en publieksvriendelijk.
Één van de meest frappante tegenstellingen in het Spoorwegmuseum vond ik die tussen de koninklijke treinen van Anna Paulowna en Juliana en Bernhard. De eerste was een rijk aangekleed rijtuig met patroonfluwelen gordijnen en gecapitonneerde banken, gebloemd tapijt en een gietijzeren kacheltje en smaakvolle, hoewel drukke decoraties, terwijl de laatste een shabby en goedkoop jaren 50 indruk gaf. Het deed me denken aan de foto’s van de binnenkant van paleis Soestdijk die eerder een nogal rommelig burgerinterieur lieten zien dan een smaakvol chique elite-inrichting die je bij een koninklijk gezin zou verwachten. De shabby vaste vloerbedekking in de gang van de wagons lag trouwens alleen bij de kamers van de koningin en prins; de prinsessen en het personeel moesten het met zeil doen. Tekenend, vond ik, voor de periode en de sfeer van ons koningshuis.
Kortom, ik kom hier nog wel eens terug en wie weet met onze kleinzoon Wouter als hij wat groter is en als hij treinen leuk gaat vinden. Benieuwd hoe hij het zal ondergaan. Ik heb me in ieder geval meer dan drie uur uitstekend vermaakt. Complimenten aan inrichters en personeel zijn op hun plaats. Bij deze dus.
17.3.2012
