|
|
|
|
|
Afgelopen jaar hebben bijna 71000 mensen onze website bezocht. Daar waren natuurlijk trouwe terugkomers bij, maar ook veel mensen die één tot een paar keer kwamen kijken en die soms heel specifieke vragen aan hun favoriete zoekmachine stelden. Die stuurde hen dan o.a. bij ons langs. Van veel van die mensen ontvingen we dan een mailtje met de bewuste vraag. Meestal konden we die vraag wel kort beantwoorden, maar als hij langer in beslag ging nemen dan een kwartier, vroegen we of de stellers ons konden en/of wilden betalen. Van de meesten van die laatste categorie hoorden we dan niets meer. Dat is jammer. We zijn immers een adviesburo en leven van ons werk. We kunnen het ons niet veroorloven uren met het beantwoorden van vragen bezig te zijn zonder dat die tijd in geld gecompenseerd wordt. Zelf vinden we dat onze tarieven niet onredelijk zijn. We leveren immers specialistisch maatwerk? 100,00 euro per uur onderzoekswerk, 125,00 per uur voor het uitwerken van onderzoek of een gericht advies is niet veel meer dan het tarief van elke andere gespecialiseerde vakman. Dat scholieren of studenten deze bedragen niet op kunnen hoesten, daar hebben wij begrip voor. Hen verwijzen we dan ook dikwijls naar de zoekmachine of de bibliotheek, want vooral zij moeten toch leren zelf onderzoek te doen. De drukke organisator of zakenman/vrouw heeft daar meestal geen tijd voor, maar dikwijls wel het geld of het begrip om de expert in te schakelen. In deze nieuwe rubriek willen wij hen daarom wat verder tegemoet komen. Hiervoor hebben wij gekeken met
welke vragen met het afgelopen jaar ons opzocht. Daaruit kwamen
enkele tientallen (nu 40) onderwerpen, waarop wij wat verder
in gaan. We beschrijven in het kort wat het is, wat wij daarmee
voor u kunnen doen en wat dat ongeveer kan gaan kosten. Dan heeft
u van tevoren een indicatie van wat u kwijt bent en wat u voor
uw geld krijgt. Er zijn ook onderwerpen bij die wij voorzien
van een tip of van een weg om er zelf meer over te weten te komen.
Dat is onze service.
Het steengoed werd van lichte, soms bijna witte, klei gemaakt, die gres genoemd werd, en die veel harder gebakken kon worden. Daar had je wel speciale ovens voor nodig die een hogere temperatuur aankonden. Die klei werd in België, Zuid Limburg en het Duitse Rijnland gevonden. Daar kende men al zeer vroeg op een bijna industriële manier opgezette pottenbakkerijen, die vooral voor de export werkten. Er was trouwens ook witbakkend aardewerk, van diezelfde gresklei, maar veel minder hard gebakken en daarom ook geglazuurd. tScapreel levert dergelijk aardewerk. U kunt bij ons alle typen middeleeuws aardewerk bestellen: van Merovingisch-Karolingisch tot aan de rijkversierde Renaissance stukken. Als dat aardewerk op de originele manier gemaakt moet worden, dus in met hout(skool) gestookte ovens, zoals echt steengoed nodig heeft, kan dat nogal prijzig worden. Maar we hebben ook goedkopere soorten rood aardewerk met ongevaarlijk glazuur, die in electrische ovens worden gebakken, en die heel betaalbaar zijn. Het is ondoenlijk een catalogus van al die soorten en de vele modellen aardewerk te maken. Er zijn wel vijf verschillende pottenbakkers die voor ons werken, met elk hun specialisaties. U kunt daarom het beste zelf in de archeologische literatuur kijken naar de stukken die u wilt en die gegevens naar ons opsturen. Wij zoeken daar de pottenbakker bij en doen u een prijsopgave toekomen. Bedenk dat we alle typen leveren: van eenvoudige re-enactment kannen en schotels, tot museum replica's. Houd wel altijd rekening met een flinke levertijd; twee maanden is niets.
tScapreel heeft ook acrobaten onder zijn performers. Ze laten midden tussen het publiek, op straat of op een plein, in een park of bos aan iedereen hun kunsten zien. Ze nodigen kinderen (en ook volwassenen) uit met hen mee te doen en geven je zo de gelegenheid deel te nemen aan echte 'speelluden' optredens. Zie ook de pagina van de Tuymelaren van Mahou. We krijgen nogal eens vragen over het leveren van middeleeuwse ambachten. Dan zetten wij uiteraard onze ambachtsmeesters in. Deze groep toont echter maar een beperkt deel, dat wat je op straat kunt laten zien, van al de beroepen die in de Middeleeuwen in de stad en op het platteland uitgeoefend werden. Wij kennen alle beroepen uit die tijd en weten hoe ze heetten in het middelnederlands en hoe het toeging bij de uitvoering ervan. Van sommige weten we zelfs wat de ambachtslieden, leerlingen, gezellen en meesters verdienden en wat hun materialen of gereedschappen kostten. Ook weten we hoe ze er, per periode, uitzagen en hoe hun werkplaats eruit zag en wat erin stond. Al deze kennis is gebaseerd op jaren onderzoek in honderden bronnen. Van veel van deze ambachten hebben we afbeeldingen, de meeste natuurlijk van na 1300, maar ook gaan sommige terug tot in de vroege Middeleeuwen (voor het jaar 1000) al waren er toen veel minder gespecialiseerde beroepen. Daarvan leveren we wel kopieën. Korte informatie op een vel A4 met een afbeelding uit de gewenste periode kost een aanvrager standaard 25,00 exclusief BTW en porto. Dat laatste vervalt als we de informatie digitaal opsturen. Mail ons voor meer informatie. Men heeft in het algemeen zeer romantische voorstellingen over middeleeuwse banketten, de grote en rijke feestmaaltijden. Deze zijn gebaseerd op enkele, vooral laat-middeleeuwse beschrijvingen van maaltijden tijdens grote feesten (dikwijls bruiloften) aan het Bourgondische hof. De hertogen van dat rijk, waar de huidige Nederlandse provincies vooral in de 15e eeuw deel van uitmaakten, waren zeer vermogend en invloedrijk en hadden het geld om daar spectaculaire gebeurtenissen van te maken. Dat is niet typerend voor de hele middeleeuwen. Wel zijn er, ook voor de 15e eeuws, in diverse landen soms heel grote feestmalen, met veel entertainment eromheen, geweest. Van sommige van die banketten zijn zelfs ook verslagen evenals recepten van de gerechten bewaard gebleven. tScapreel kent die verhalen en recepten en zou, als iemand dat zou willen, zo'n banket kunnen recreëren. Het vervelende is echter dat veel van de gerechten de hedendaagse eter niet zo zouden smaken en dat we in onze tijd per persoon nooit zoveel op zouden kunnen als de toenmalige deelnemers aan die banketten. Vandaar dat Pauline 't Jong al jaren experimenteert met aanpassingen van middeleeuws voedsel aan onze smaak en al heel wat gezelschappen heeft laten genieten van de zeer aparte, maar ook heerlijke, middeleeuwse gerechten uit echte laatmiddeleeuwse kookboeken (van ca 1300 af). Voor speciale gelegenheden kan zij u of uw koks instrueren in deze bijzondere kookkunst in de vorm van workshops bij u thuis of in uw restaurant. Een workshop duurt ca 2,5 uur en kost 250,00 exclusief BTW en reiskosten. Wij kunnen ook zorgen voor recepten met hun uitwerking in de praktijk. Desgewenst kunt u in museum, kasteel of bedrijf ook demonstraties van middeleeuwse kookkunst en eetcultuur krijgen, waarin Pauline in authentiek middeleeuws kostuum u aan de hand van middeleeuws huisraad, bestek en aardewerk uitlegt hoe de mensen toen aten. Wat ze aten toont ze aan de hand van twee meegebrachte gerechten die door het publiek geproefd mogen worden. Dit vergt wel een moderne keuken waarin deze gerechten op hygiënische manier opgewarmd kunnen worden. De prijs is 400,00 per demonstratie van ca 4 uur, inclusief de gerechten, exclusief BTW en reiskosten. Daarnaast hebben wij ook een kleine brochure voor de doe-het-zelvende klein-eter voor 13,00 exclusief porto, waarin opdien- en eet-tips, ingrediënten voor middeleeuwse 'hapjes' en een zevental.door uzelf klaar te maken recepten voor eenvoudige gerechten beschreven staan. Deze brochure is ook geschikt voor scholen die projecten met een middeleeuws thema doen. Vraag ons om meer gegevens.
Elke vraag is echter verschillend en een standaard tekening bestaat eigenlijk niet. Vandaar dat we een potentiële opdrachtgever ook altijd aanraden eerst eens te komen praten over het plan. Dat kan een paar tientjes kosten, maar verheldert veel. Als er een opdracht uit voortkomt, dan betaalt u die kosten niet. Wij kunnen ook naar u toekomen. Dan betaalt u ons tarief van 100,00 per uur, exclusief BTW en reiskosten. Ook dat hoeft u niet te betalen als er een opdracht uit voortkomt, mits het totaal bedrag minstens 2 keer dat van het consult is. De ervaring leert dat in dergelijke gesprekken veel duidelijk wordt en dat er in veel gevallen een heldere opdracht uit wordt gedestilleerd. En tot nu toe zijn al die opdrachten tot volle tevredenheid afgewerkt en zijn de resultaten op veel plaatsen in Nederland te zien. Mail ons voor meer informatie.
Ook had men een ander handschrift en gebruikte men letters die we nu meestal 'gotisch' noemen, maar waarin veel verschillende soorten zijn te onderscheiden. Er zijn maar weinig mensen in Nederland die de techniek van het schrijven van echte middeleeuwse handschriften met de ganzenveer en walnootbolsterinkt op perkament of lompenpapier beheersen. Henk 't Jong is er daar één van. Zijn klassieke grafisch ontwerpers-opleiding zorgde voor de basiskennis der calligrafie, zijn werk op het stadsarchief van Dordrecht bracht hem in contact met de originele middeleeuwse teksten, die hij ook leerde lezen, en het levende geschiedenis gebeuren zorgde voor de kennismaking met de materialen van de oude schrijvers en het leren omgaan ermee. Archivarissen en historici zien geen verschil tussen de perkamenten charters die zij kennen en de producten van zijn hand. Hij kan voor u alle soorten teksten schrijven in alle voorkomende technieken. Zowel in het bekende boekschrift, als in de meer gewone cursieve hand zoals die op de middeleeuwse school werd aangeleerd en die door klerken werd geschreven voor het dagelijks gebruik. Het is, letterlijk, allemaal handwerk en de grondstoffen zijn niet goedkoop, dus u betaalt er wel wat voor. Ga in ieder geval uit van 100,00 per uur. Wij moeten u teleurstellen als u zelf dat soort schrift wilt leren schrijven. tScapreel heeft namelijk geen tijd om cursussen te geven. Als je niet een gedegen vooropleiding in calligrafie hebt is het schrijven van middeleeuws schrift trouwens ook niet gemakkelijk en snel aan te leren. Daarbij is het in handen geven van een ganzeveer aan een leek weggegooid geld en verspilde tijd, want echt middeleeuws schrijven leert hij/zij er zo niet van. Een technische schrijfondergrond en begrip van letters en het schrift zijn de eerste vereisten. De chirurgijn was de buurtdokter/huisarts van de Middeleeuwen. Hij was meestal geen aan universiteiten geschoolde arts, maar had het 'vak' in de praktijk geleerd van een andere chirurgijn. Hij combineerde het beroep in dorpen en kleine steden soms met het scheren van baarden, wat wel aangeeft dat het niet in erg hoog aanzien stond. Pas aan het eind van de Middeleeuwen kwam er wat meer begrip voor deze vakmensen en werden ze soms door de geleerde 'doctores medicines' ingeschakeld voor de meer practische heelkunst. Ze waren goed in wondbehandeling, in het zetten van gebroken botten en van ledematen die uit de kom geschoten waren. Ze konden kleine operaties doen en tapten bloed af door middel van het aderlaten of koppen zetten. Verder wisten ze veel van kruiden en de daarvan gemaakte medicijnen, al namen apothekers dat op den duur van hen over. Ze moesten, net als de doctores, goed thuis zijn in de humorenleer en gebruikten soms astrologie bij het stellen van een diagnose. Enkelen van hen waren echt zeer goede dokters. Daaronder was bijvoorbeeld de Brugse chirurgijn Jan Yperman, die al in de vroege 14e eeuw enkele boeken over medicijnen en operaties voor diverse ziekten schreef.
Iedereen die daar meer vanaf will weten kan bij ons terecht voor advies, beschrijvingen, lezingen, trainingen (zoals we die voor de Archeotolken van Archeon geven). We kunnen decorontwerpers en art directors beschrijven en voortekenen hoe interieurs eruit zagen. We kunnen regisseurs vertellen en voordoen hoe middeleeuwers zich gedroegen. We kunnen interieurarchitecten en ontwerpers adviseren hoe middeleeuwse, maar ook latere, gebouwen ingericht waren. We kunnen architecten tonen hoe deze gebouwen gebouwd werden. En we kunnen dat alles historisch onderbouwen. We rekenen voor al deze activiteiten ons uurtarief van 100,00 exclusief BTW en eventuele reiskosten. Mail ons voor meer informatie. Soms komt de vraag voor tips voor een middeleeuws decor bij ons terecht. Meestal gaat het om theatrale, dus toneel, decors, een heel enkele keer om wat meer realistische sets voor TV of juist een meer schematische versie voor een beurs of evenement. Wij adviseren daar wel voor, maar dikwijls is het budget voor dergelijke projecten klein en zijn de vooroordelen, over wat zo'n decor moet zijn, huizenhoog. Wij raden dan ook altijd aan ons voor een gesprek te vragen op de plek of met een bezoek aan de plek waar dat decor moet komen. Dat gaat volgens ons tarief van 100,00 per uur, exclusief BTW en reiskosten. Bij een eventuele opdracht betaalt u dit bedrag niet, mits het totaal bedrag minstens 2 keer dat van het consult is. Vraag ons gerust om meer informatie. Veel mensen vragen ons naar replica's van wapens, hetzij om zelf te gebruiken, hetzij om zo'n wapen als decoratie toe te passen. Wij kunnen die wel leveren, maar daar zijn wel bepaalde voorwaarden en prijzen aan verbonden. Er zijn namelijk verschilende soorten replica's. Als het om blanke wapens gaat (zwaarden, dolken, stokwapens als pieken, hellebaarden, etc) zijn daar de bekende Spaanse replica's die tegenwoordig ook uit India komen. Deze wapens zijn nergens op gebaseerd en kloppen niet met historische voorbeelden. Ze zijn dan ook niet echt duur. Deze wapens leveren wij niet. Dan heb je de wapens van re-enactment kwaliteit. Dat zijn nauwkeurige replica's van bestaande voorbeelden in musea en andere wapenverzamelingen. Wel zijn ze van moderne staalsoorten gemaakt en op moderne manier gesmeed. Voor de veiligheid zijn ze ook nog bot gemaakt, want de re-enacters vechten er mee in hergecreëerde veldslagen en schermutselingen. Ze zijn niet al te duur, maar door het feit dat ze ingevoerd moeten worden uit Duitsland of Engeland komt er wel het nodige aan transportkosten op. De derde categorie is die der halfscherpe wapens. Ze lijken op de re-enacterswapens, maar de randen van de lemmets zijn niet bot, maar enigszins scherp. Ze zien er dus realistischer uit, maar je kunt er nog geen boterham mee snijden. Door hun relatieve scherpte mag er toch niet mee gevochten worden. Het staal van het lemmet is dikwijls wat extra afgewerkt en gepolijst. Ze zien er prachtig uit en zijn heel decoratief, maar niet goedkoop. Ook deze wapens moeten ingevoerd worden. De laatste categorie is die der museum-replica's. Deze wapens worden door echte wapensmeden vervaardigd op de originele manier en zijn exact gelijk aan hun voorbeelden. Men kan zich indenken dat dit bijzonder kostbare wapens zijn, die dikwijls duizenden euro's kosten. Er zijn daarbij maar weiniig van dit soort smeden over de hele wereld te vinden en ze hebben het allemaal zeer druk, zodat je soms meer dan een jaar op zo'n product moet wachten. Een eenvoudige 13e of 14e eeuwse dolk in re-enactment kwaliteit kost, afhankelijk van het type, tussen de 200,00 en 400,00. Een halfscherpe dolk komt op enkele tientallen euro's meer. Houdt altijd rekening met een flinke levertijd. Neem contact met ons op voor meer informatie. De gewone middeleeuwer dronk vooral bier en dat in flinke hoeveelheden. Het meeste, van gemoute gerst gebrouwen, bier was niet sterk en wat men dagelijks dronk zal niet meer dan een paar procenten alcohol bevat hebben. Er waren echter wel degelijk zwaardere bieren of ales (in het Nederlands 'ael'). Aanvankelijk mengde men het bier met kruiden, de zogenaamde 'gruit', een mengsel waarin vooral gagel een belangrijke plaats innam. Deze kruiden gaven het bier meer smaak en hadden tevens een bewarende werking. Gruit werd in speciale, door de overheid gebouwde pakhuizen (gruithuizen) bewaard. De handel in gruit werd van de vorst gepacht door de 'gruiters' die de kruidenmengsels verkocht aan de brouwers, meestal vrouwen die thuis bier maakten. De opbrengst ervan betaalde de pachtsom terug en de winst was voor de gruiter. Het gruitrecht fungeerde voor bisschop, hertog of graaf als een soort belasting of (ac)cijns. Vanuit het buitenland werd in de loop van de 13e eeuw de hop geïntroduceerd, die het bier een aparte smaak gaf en ervoor zorgde dat het nog langer goed bleef. Aanvankelijk werd het hopbier vanuit Duitsland ingevoerd (Duisburg, Hamburg), maar vanaf 1300 werd het ook in Nederland gebrouwen. Dit tot groot verdriet van de gruiters en de vorst die hun winsten zagen verdwijnen, want iedereen kon hop planten en dat was gratis. De andere, meer door rijkere mensen gedronken, drank was wijn. In Nederland was dit meestal de via de Rijn aangevoerde witte Moezel- of Rijnwijn. Pas later in de Middeleeuwen, in de 14e eeuw, kwam ook rode Franse wijn naar ons land. In vergelijking met bier was wijn duur en dus een luxe drank. De bekende mede, een gegiste honingdrank, was zeldzaam in ons land. In tegenstelling tot wat men denkt werden ook water en melk gedronken. Het fabeltje dat water van slechte kwaliteit was is niet meer dan dat. Daarbij wisten middeleeuwers heus wel dat water vervuild kon worden en deed men er alles aan om dat te voorkomen. Er werd in ieder geval ook mee gekookt en in en mee gewassen. Melk werd vooral verwerkt tot boter en kaas, maar karnemelk, room, wei en wrongel werden wel degelijk gedronken, in zuiveltaarten verwerkt en er werd pap en brij mee gekookt. Ons wordt dikwijls de vraag gesteld: wat aten de mensen in de Middeleeuwen? Nu bestreken de Middeleeuwen 1000 jaar geschiedenis en je kunt je wel voorstellen dat niet 1000 jaar lang altijd en overal door iedereen hetzelfde gegeten werd. Het hing er dus vanaf waar je woonde en wat daar dus verbouwd kon worden en of er handel gedreven werd in voedingsmiddelen uit streken over de grens. Ook was niet iedereen, net als nu, even welvarend en dus zal een arm persoon minder en goedkoper voedsel gegeten hebben dan een rijke edelman of koopman. In de loop van de Middeleeuwen kwam door de handel op verre gebieden ook meer exotisch eten beschikbaar, maar dat konden natuurlijk ook alleen rijkere mensen zich veroorloven. Als vuistregel kan aangehouden worden voor Nederland in de late Middeleeuwen (ca 1200-1500) dat de gewone burger veel brood at en bier dronk. Dat er regelmatig vlees gegeten werd al of niet in stoofpotten in samenhang met groenten van het seizoen en vet. Dat graan ook veel tot brij en pannenkoeken verwerkt werd en dat men in het seizoen ook fruit at. Pasteien en ander gebak waren feest-eten, evenals geroosterd vlees en zoete gerechten. Men kende sauzen bij het eten, waaronder veel mosterd, met gebruikte zout en groene kruiden om gerechten smakelijker te maken en deed boter en/of kaas op zijn brood. Gevogelte, waaronder kippen het belangrijkst waren, werd ook gegeten, evenals eieren. Er waren meer dan 100 door de kerk vastgestelde vastendagen per jaar waarop geen vlees gegeten mocht worden. Dan at men vis, waarbij haring in Nederland zeer veel voorkwam. Ook andere vissen werden gegeten, zowel zee- als riviervis. Uit Noorwegen e.d werd verder stokvis (gedroogde kabeljauw) ingevoerd. Mosselen en andere schelpdieren stonden ook op het menu. Rjke mensen, met name de adel, hadden soms een behoorlijk ander dieet. Er werd veel meer vlees gegegeten; waaronder ook jachtbuit, die bij gewone mensen zeker niet op tafel kwam, tenzij het gestroopt was. Er was ook een rijkere variatie aan vlees en gevogelte en het werd waarschijnlijk op meer fantasierijke manieren klaar gemaakt, waarbij de kostbare, van zeer ver weg ingevoerde specerijen werden toegepast. Ook aten zij de duurdere vissoorten en kenden zij zoete gebaksoorten en fruitinmaak. De adel dronk voornamelijk wijn, al werd bier niet versmaad. En ook bij hen werd veel brood gegeten, maar dan zo goed als altijd van tarwe gebakken, in tegenstelling tot de gewone man waar rogge, mengsels van rogge en tarwe en zelfs gerst voorkwam als broodmeel.
Henk 't Jong is al meer dan 30 jaar professioneel heraldicus, gespecialiseerd in de middeleeuwse wapenkunde, en kan u helpen met alle voorkomende vragen op dit gebied. Of het nu gaat om het determineren van een onbekend familiewapen, het terugzoeken van de kleuren van wapens op niet gekleurde afbeeldingen, op het verwerken van middeleeuwse heraldiek in moderne decoratie en versiering, dat alles kan. Onderzoekstarief is 100,00 per uur en het uitwerken ervan kost 125,00 per uur, exclusief BTW en eventuele reiskosten. Vraag altijd prijsopgave. Bij veel mensen is het onduidelijk wat middeleeuwers tijdens een feest deden. Hun voorbeelden zijn dikwijls afkomstig van Hollywood films en die geven niet bepaald een betrouwbaar beeld. Wat echter wel duidelijk is, is het feit dat elke gelegenheid aangegrepen werd om eens goed en overvloedig te eten. De vele kerkelijke feestdagen in het jaar, veel naamdagen van patroon- of parochieheiligen, resten van heidense feestdagen en de gewone familie-, buurt-, gilde- en schuttersfeesten gaven daar voldoende aanleiding voor. Ook werd er nog meer gedronken dan anders en was er altijd wel muziek aanwezig die mensen uitnodigde om te dansen en mee te zingen. Als er wat meer geld was konden 'varende luden' ingeschakeld worden om hun kunsten te vertonen; narren, jongleurs, acrobaten, dierenleiders, kunstfluiters, dansers, imitators, zangers en kluchtspelers (en ook muzikanten) hoorden hierbij. Wilt u een middeleeuws feest organiseren? Wij weten wat erbij kwam kijken, hoe het eruit zag en wat er gebeurde. Wij kunnen middeleeuwse speellieden leveren, evenals de recepten voor de maaltijd en ontwerpen voor de decoratie. Maak een afspraak met ons en we komen langs voor het tarief van 100.00 per consult van een uur, exclusief BTW en reiskosten. Voor de fanatieke calligraaf, die graag op de originele manier middeleeuws wil leren of kunnen schrijven, kunnen we allerlei attributen leveren. Zo kunt u voor 8,50 een ganzenveer bij ons kopen, maar ook zwanenveren of fazantenveren voor dezelfde prijs, alle gehard, gesneden en kant en klaar direct te gebruiken. Je hebt natuurlijk ook een pennenmes nodig om de veer bij te kunnen snijden (veren slijten snel); dat kost 18,00. Verder hebben we gedroogde en gemalen walnotenbolsters die je zelf met water kunt aanmaken om inkt van te maken, kost 3,50 per 50 gram. En echt schrijfperkament kost tussen de 10,00 en 20,00 per vierkante voet (30 x 30 cm), afhankelijk van het dier (geit, schaap, kalf) en de gewenste kwaliteit. Bestellingen kunt u gewoon per e-mail opgeven, er komt nog wel BTW en porto bij.
Tegenwoordig zijn er re-enacters, mensen die historische perioden naspelen, die ook weer harnassen aanschaffen om hun hobby, het vechten en rijden in een echt harnas, te kunnen uitvoeren. Nu zijn harnassen van staal en dat kun je niet makkelijk een beetje kleiner of groter maken als het niet past. Een harnas is daarom maatwerk en moet door de besteller tenminste drie keer gepast worden om te zien of alles klopt en of alle ingewikkelde verbindingen die zo'n stalen pak telt ook goed werken. Als je dan weet dat die harnassen of in Tsjechië of in Engeland gemaakt worden, komen die reis- en verblijfkosten ook nog eens bij die van het harnas. Zo'n harnas kan, al naar gelang de periode en de ingewikkeldheid (en bij wie je het laat maken) tussen de 5.000,00 en 25.000,00 kosten en dat is dan exclusief die paskosten. Dat is dus niet mis. Als onze vragenstellers deze prijzen horen, haken ze natuurlijk direct af. Tenzij het om een re-enacter gaat. Wij kunnen dat niet helpen. De goedkopere nep-harmassen kosten dikwijls ook nog wel zo'n 1.000,00 tot 1.500,00, dus die zijn ook niet echt goedkoop, maar die zien er in onze ogen dan ook nog eens niet uit. Het is maar waar je prioriteiten liggen...Meer informatie? Mail ons. Dit woord heeft niets met grappenmakerij te maken, maar alles met de middeleeuwse geneeskunst. In navolging van Griekse en Romeinse geneesheren dacht men dat de mens uit vier 'humores' elementen bestond: bloed, slijm, gele en zwarte gal. Als deze vier 'sappen' in evenwicht met elkaar zijn is er niets aan de hand; dan is men gezond. Als het evenwicht echter om een of ander reden verstoord wordt, wordt men ziek en al naar gelang de symptomen kon een arts dan zien welke humore versterkt of verzwakt moest worden. De medicijnen die men kende hadden zo elk hun eigenschappen om dit evenwicht weer terug te brengen. Ook kon men via astrologie, het trekken van een horoscoop, al van tevoren bepalen waar een bepaald soort mens op moest letten om niet ziek te worden. Deze wetenswaardigheden en vele andere op velerlei gebied kan tScapreel u verstrekken. En dan natuurlijk veel uitgebreider en diepgaander. Mocht u dat willen dan kunnen wij u prijsopgave doen van de kosten van een A4 of zelfs een essay over elk denkbaar middeleeuws onderwerp. En wij kunnen u ook vertellen welke heilige u tegen welke ziekte aan moest roepen of waar mandragora voor diende of wanneer u leverkruid moest plukken of een flegmatish mens moest aderlaten... In films, boeken, strips en TV-series wordt de Middeleeuwen meestal voorgesteld als een smerige periode waarin de mensen min of meer in de modder wentelden, zich maar één keer per jaar wasten en waar dierenmest gewoon op straat lag. De werkelijkheid was anders. We weten in ieder geval dat mensen regelmatig in bad gingen, als men het kon betalen (brandstof was tamelijk duur en water moest eerst verwarmd worden boven open vuur) toch wel één keer in de week. In de grotere steden waren vanaf de 13e eeuw zelfs openbare badhuizen waar je voor weinig geld in bad kon. Ook het linnengoed, dat je op je huid droeg in de vorm van een hemd en een onderbroek, werd regelmatig gewassen met heet water en zeep. Jazeker, er was zeep. Straten in steden waren 'bestraat' (dat betekent het woord) met keien en voorzien van afvoergoten aan weerszijden, of, bij smalle straten, in het midden. Daar dreven geen drollen is, maar daar werd het regenwater mee afgevoerd naar, in Nederland, greppels, sloten en grachten. Honden liepen niet op straat, er werd zelden paard gereden (dat deden alleen de adel, reizende, wat rijkere kooplui en boodschappers) en andere dieren mochten niet op straat. Varkens, die vrij loslopend zelfs gevaarlijk zouden zijn en alles uit tuinen vreten, mochten dus niet uit hun hok, wat films je ook laten zien. Mensen hadden achter hun huizen en in de late Middeleeuwen soms, bij rijke mensen, ook erin, echte wc's; secreten noemden ze die. De pispot, die bij het bed stond voor als je 's nachts moest, werd in het secreet leeg gegoten en niet uit het raam op straat. Als je dat deed zou je een boete krijgen. Die secreten werden trouwens regelmatig geleegd door stadswerklieden die de opbrengst voor de stad als mest verkochten aan boeren uit de omgeving. Als je dieren hield mocht hun mest niet aan de openbare weg liggen, maar bij de stal of het hok en ze moest regelmatig verwijderd worden. Ook die mest werd gebruikt om het omliggende land vruchtbaarder te maken, maar wordt ook teruggevonden in de ophogingspakketten van stadsuitbreidingen. Alle in het openbaar verkochte voedingswaren, van brood tot boter, van vis tot vlees, werden gecontroleerd op versheid en correct gewicht en overtreders werden beboet. Stinkende of gevaar voor brand opleverende beroepen moest buiten of aan de rand van de stad uitgeoefend worden en overlast werd bestraft. Hoe we dit allemaal weten? Van de meeste Nederlandse steden zijn de zogenaamde stadskeuren of orderegels uit de 14e en 15e eeuw bewaard gebleven. Daar staat dit allemaal in. En er zijn veel aanwijzingen dat dit soort sociale regels al veel ouder zijn. Meer informatie? Mail ons. Al heel vroeg in de Middeleeuwen maakten jongleurs deel uit van het vermaak op volksfeesten en bij de sjieke banketten van de adel. Er bestaan al afbeeldingen uit de 11e eeuw van mensen die met ballen, zwaarden en hoepels jongleren, maar waarschijnlijk waren er altijd al veel eerder personen die dat deden. Jongleurs behoorden tot de 'varende luden', zwervende of rondtrekkende speellui die van feest tot feest, van stad tot hof trokken om daar de feestvreugde te verhogen. tScapreel heeft ook jongleurs onder zijn performers. Ze laten midden tussen het publiek, op straat of op een plein, in een park of bos aan iedereen hun kunsten zien. Ze nodigen kinderen (en ook volwassenen) uit met hen mee te doen en geven je zo de gelegenheid deel te nemen aan echte 'speelluden' optredens. Zie ook de pagina's van Johannes en Justine. De versterkte huizen van ridders, zoals iedereen denkt te weten. Imposante stenen gebouwen met gekanteelde muren, torens, poorten met ophaalbruggen en toch altijd wel een ridderzaal. Veel mensen zijn gek op kastelen en vinden het romantische, spannende en indrukwekkende plekken om een tochtje naartoe te maken. Maar dat je nu een idee krijgt van hoe de adel in de Middeleeuwen leefde...nou, nee. Er waren verder niet veel ridders (zie aldaar) die zich een kasteel konden veroorloven, hoogstens een versterkte boerderij of een kleine woontoren. De echte kastelen waren door de landsvorsten of zeer rijke adel gebouwd. De meeste Nederlandse kastelen zijn na de Middeleeuwen verbouwd, aangepast, gerestaureerd en verpest. Van zo goed als geen kasteel is nog te zien hoe het eruit zag toen het nog als woning of fort gebruikt werd. Het hoofdgebouw van Loevestein is misschien de gunstige uitzondering, maar ook daar zijn flinke ingrepen in de oorspronkelijke architectuur gedaan. Natuurlijk zijn in de uit de Middeleeuwen daterende burchten nog wel stukken te zien die uit de eerste bouwperiode stammen, en vooral bij ruïnes is daar nog veel van zichtbaar. Maar die zijn dan natuurlijk nooit meer compleet, zodat hun oorspronkelijke staat nog moeilijker te zien is. De echte middeleeuwse inrichting van een kasteel is ook nergens bewaard. Zo kun je nergens de beschilderde muren, de wandkleden, de meubels, de vloerbedekkingen, de haarden en hun gereedschap, de bedden, etc. zien. Dat is jammer. Het beeld van de periode wordt er niet duidelijker door en de rondleidingen in de meeste openbare kastelen maken het niet eenvoudiger om een goede en kloppende indruk van het dagelijks leven van kasteelbewoners te krijgen. Zoals u zult begrijpen weet tScapreel hoe dergelijke gebouwen er van buiten en binnen uitzagen. Mocht u dat ook willen weten, mail ons dan gerust, maar reken op kosten als we u van advies moeten dienen.. We krijgen veel vragen over middeleeuwse kleding. Het is, op harnassen na, het meest voorkomende onderwerp. De meeste mensen vragen of ze bij ons middeleeuwse kleding kunnen huren. Dat kan niet. De kostuumverhuur business is een zeer aparte en vergt een heel andere bedrijfsvoering dan de onze. U kunt trouwens nergens in Nederland terecht voor het huren van op echte middeleeuwse voorbeelden lijkende kostuums. Die bestaan in ons land niet. Wat men middeleeuws noemt heeft er misschien aan geroken, maar is meer een anachronistisch mengsel van 15e, 16e, 17e en zelfs 18e eeuwse stijlen, plus de nodige moderne dingen, zoals maillots, daar nog aan toegevoegd. Wij verkopen ook geen kleding. Wij hebben geen winkel, alleen een kantoor. Aan huis. U kunt bij ons wel middeleeuwse, maar ook Romeinse, en 16e en 17e eeuwse kleding bestellen. Echte replica's van die kleding kunnen wij laten maken, van de originele soorten stof en in de goede kleuren. En nog met de hand afgewerkt ook. Precies zoals de internationale re-enacters die dragen op hun historische evenementen. Ook de erbij horende accessoires weten wij te vinden. U zult begrijpen dat dat niet goedkoop is en het is echt aan te raden om bij uzelf na te gaan of u die kleding echt zult gebruiken. Voor een carnavalsoptocht of een toneelstuk dat een paar weken loopt kunt u beter naar een verhuurder gaan. Als u iets echts en moois wilt, en dan bedoelen wij niet alleen de kleding van de adel, dan moet u bij ons zijn. Helaas is er van dergelijke kleding niet een catalogus te maken; er is gewoon te veel. Laat u ons weten wat u zoekt, in welke periode en plaats het moet passen en voor wat voor stand het bedoeld is en wij kunnen u een prijsindicatie geven. Houd u wel rekening met een flinke levertijd. De meeste vragen die wij krijgen gaan over middeleeuwse onderwerpen. Het komt echter veel voor dat zo'n onderwerp veel te uitgebreid is. Zo wordt bijvoorbeeld gevraagd: "Wat aten ze in de Middeleeuwen?", "Hoe zagen middeleeuwse huizen eruit?" of "Hadden ze in de Middeleeuwen al vorken?" etc. Het gaat wel om 1000 jaar geschiedenis en aan het begin was het anders dan in het midden of aan het eind van die periode. Ook was het in bijv. 1300 in wat nu Nederland is, anders dan in Duitsland, Frankrijk of Engeland, laat staan in nog verder weg liggende landen. Wij raden informatievragers aan hun vragen minder breed te stellen. Dus: wat at een Hollandse ambachtsman in 1350? Hoe woonde men op het platteland van Vlaanderen in 1450? Had men in 1100 in West Europa al vorken om mee te eten? Dat maakt het beantwoorden makkelijker, kost minder opzoekwerk en is dus beter te betalen. Mail ons op info@scapreel.nl. In de Middeleeuwen was er ook misdaad, net als nu. De mens van toen was niet veel verschillend van ons en kende dezelfde zwakheden of woedeaanvallen, wraak of hebzucht die nu nog voorkomen en die eigenlijk altijd al bestaan hebben. Misdaad werd ook toen gestraft. Men kende voor 1500 nauwelijks gevangenissen, daarom werden straffen snel gegeven en snel toegepast; snelrecht dus. In theorie waren die straffen niet mis en in de diverse wetten van steden en landen stond voor ernstige misdrijven de doodstraf aangekondigd. Besef wel dat misdaad in de kleine gemeenschappen van dorp of stad gedurende de Middeleeuwen de inwoners zeer dichtbij kwam. Men had er dikwijls direct mee te maken. En het raakte iedereen. En als het stiekum gebeurde, 's nachts bijvoorbeeld, gepaard met inbraak, kwam het extra hard aan. Daarbij kwam dat men weinig had en dat de meeste huisraad die wat geld waard was, ook kostbaar in de aanschaf was: kleding, meubels, lakens en dekens. We weten uit oude vonnissen dat dieven juist dat soort spullen meenamen. Men werd dan zwaar in de beurs geraakt en men wilde recht gedaan zien worden. Straffen waren dus niet mis. In theorie. Als je geld had kon je sommige straffen met boetes afkopen. Als je dat niet had kon je verbannen worden, zeker als je een inwoner van een stad was die een medeburger had benadeeld, verwond of zelfs gedood. Denk niet min over verbanning; het was een zware straf voor een middeleeuws mens die dicht op zijn gezin, familie, maagschap en buren leefde. Als hij geen familie buiten het gewest had was het heel moeilijk om weer een bestaan op te bouwen. Verminking of de dood als straf kwamen voor, maar lang niet zoveel als iedereen nu denkt. Ook marteling is meer iets van na de middeleeuwen (behalve als het over spionnen in oorlogstijd ging) en werd nauwelijks toegepast. Lees voor meer informatie bijvoorbeeld het boek van Dr. D.A. Berents, Het Werk van de Vos (Zutphen, 1985).
Er heersen echter nog steeds vreemde denkbeelden over monniken. De combinaties van flodderige katoenen pijen met een fel wit geknoopt koord om het middel, eronderuit komende jeans en gympen, de horloges en brillen die gewoon gedragen worden en het voorkomen van vrouwen in mannenpijen, maken het geheel nogal belachelijk. tScapreel heeft een speciale studie gemaakt van het kloosterwezen, van gebouwen, gebruiken en kleding en kan iedereen die dat wil over alle middeleeuwse kloosterorden voorlichten. Uiteraard tegen het gebruikelijke tarief. En als u een echte monnikspij van een toen bestaande orde wilt, kunnen wij die ook voor u (laten) maken. Als u middeleeuwse muziek op
uw evenement wilt, kijk dan op onze Speellieden
pagina. Daar zijn enkele zeer goede en zeer publieksvriendelijke
muziekgroepen te vinden die uw bezoekers of gasten op een bijzonder
aangename manier kunnen vermaken. Mail
ons voor boekingen. Soms krijgen wij vragen over middeleeuwse muziekinstrumenten. Over hoe ze er uitzagen, wat erop gespeeld werd en hoe zij en of wij eraan kunnen komen. Dat soort dingen weten wij uiteraard en ook kennen we de wegen om aan replica's van originele instrumenten te komen. Verwacht echter wel dat het beantwoorden van dergelijke vragen geld kost en dat replica's zeer duur zijn. Als u dat geen bezwaar vindt, dan bent u bij ons aan het goede adres. Waag er eens een mailtje aan. Al heel vroeg in de Middeleeuwen maakten potsenmakers of narren deel uit van het vermaak op volksfeesten en bij de sjieke banketten van de adel. Er bestaan al afbeeldingen en verslagen uit de Romeinse tijd van grappen en grollen makende, meestal enigszins gehandicapte personen. Potsenmakers behoorden tot de 'varende luden', zwervende of rondtrekkende speellui die van feest tot feest, van stad tot hof trokken om daar de feestvreugde te verhogen. Soms traden de talentvolste grappenmakers toe tot de hoven van koningen, hertogen of graven, want de adel had het geld om er dergelijke niet echt productieve mensen op na te houden. Dit waren de hofnarren, die o.a. de taak hadden hun baas te corrigeren als hij te veel buiten zijn schoenen ging lopen. tScapreel heeft ook narren onder zijn performers. Ze laten midden tussen het publiek, op straat of op een plein, in een park of bos aan iedereen hun kunsten en grappen zien. Ze nodigen kinderen (en ook volwassenen) uit met hen mee te doen en geven je zo de gelegenheid deel te nemen aan echte 'speelluden' optredens. Zie ook de pagina's van de narren Justine en Johannes. Nonnen spreken nog steeds tot de verbeelding. De TV-interviews met nog bestaande 'exemplaren' trekken veel kijkers, retraites in nog bestaande kloosters zijn populair en boeken over kloosterleven en de geschiedenis of gebouwen van diverse orden worden goed verkocht. Ook zie je op diverse evenementen mensen in nonnenhabijt rondlopen die zich op een manier gedragen waarvan men denkt dat die bij zo'n dracht hoort. Er heersen echter nog steeds vreemde denkbeelden over nonnen. De combinaties van flodderige katoenen pijen, wimpels en sluiers, met een fel wit geknoopt koord om het middel, eronderuit komende jeans en gympen, de horloges en brillen die gewoon gedragen worden en het voorkomen van mannen in vrouwenhabijten, maken het geheel nogal belachelijk. tScapreel heeft een speciale studie gemaakt van het kloosterwezen, van gebouwen, gebruiken en kleding en kan iedereen die dat wil over alle middeleeuwse kloosterorden voorlichten. Uiteraard tegen het gebruikelijke tarief. En als u een echt nonnenhabijt van een toen bestaande orde wilt, kunnen wij die ook voor u maken. Middeleeuwers droegen ondergoed, jawel. Alweer een fabeltje uit de lucht. Er zijn duizenden afbeeldingen van mannen en vrouwen in hun hemd en ook de onderboek, bij mannen, is vele honderden keren afgebeeld. Of vrouwen een onderbroek droegen is nog steeds niet aangetoond, maar het is wel zo practisch, zeker op bepaalde dagen in de maand. Het ondergoed was van linnen en werd regelmatig gewassen. Als u wilt kunnen wij ondergoed uit alle perioden van de Middeleeuwen en erna laten maken. Vraagt u gerust prijsopgaaf. De ridder is de meest tot de verbeelding sprekende figuur van de Middeleeuwen. Hij zit op een paard, is gekleed in een ijzeren pak en zwaait met een zwaard of steekt met een lans in volle galop. Hij doet niet anders dan oorlog voeren, toernooien bijwonen, aanzitten aan banketten, dansen en flirten met schone 'jonkvrouwen' en duels uitvechten met rivalen. Klopt dit? Nee. Oorspronkelijk, ca 800-900 was een ridder een te paard vechtende soldaat, in dienst van een edelman, een bisschop of een koning of keizer. Hij was niet van adel en kon zelfs een niet vrije boerenzoon zijn. Wel werd hij een specialist in het vechten in groepen cavallerie. Door de risico's die hij zo liep paste hij zijn wapenrusting steeds verder aan zodat hij steeds minder kwetsbaar werd. Dat kostte geld. Zijn heer gaf hem oorsponkelijk alleen kost en inwoning, maar op den duur gaf hij hem land als loon. Uit de opbrengst daarvan kon hij zich wapens, wapenrusting en dure paarden aanschaffen. Dergelijke beroepssoldaten konden aan een hof opgroeien tot vertrouwenspersonen, die belangrijke taken kregen uit te oefenen. Daar hoorden ook beloningen bij, in de vroege middeleeuwen was dat meestal land. Dat land werd erfelijk en zo gingen ze lijken op de adel die al veel langer veel grotere stukken land bezat. De elan van die ridders trok bewondering aan en diverse rondreizende zangers begonnen eerst hun daden, later hun karakter en wijsheid te bezingen. Er ontstond een zang- en dichtcultuur die allerlei goede eigenschappen aan het ridderschap toedichtte; de hoofse cultuur. Die hoofsheid-rage was ook aantrekkelijk voor de adel. De afstand tussen beide standen verkleinde en door toenemende rijkdom en invloed van de ridders en het trouwen met bijvoorbeeld adellijke erfdochters werden ze in die stand opgenomen. Op de laagste trap weliswaar, maar toch. Dat was ca 1200. Hun invloed in de regering van diverse landen, in de oorlog als beroepssoldaten en soms hun rijkdom, maakte hen tot een opvallende groep. Pas in de 15e eeuw nam die invloed af ten voordele van die van de burgers in de steden en viel de groep als geheel terug op het platteland, waar ze dikwijls ambachtsheren van dorpen waren. De legers bestonden vanaf de late 15e eeuw ook meer uit huurlingen of beroepssoldaten en toernooien werden ca 1600 afgeschaft. Hun rol als stand op het wereldtoneel was uitgespeeld. De ridderromans uit de vroege en hoge Middeleeuwen, waarin deze ridders zo verheerlijkt werden en waarin ze zoveel onmogelijke avonturen meemaakten, hadden intussen hun werk gedaan. Toen de 19e eeuwse romantici die weer herontdekten en er romans over schreven, was de ridder niet meer weg te slaan van het middeleeuwse podium. Ook nu doen namen als Lancelot, Ivanhoe, Robin Hood en de paladijn Roeland het romantische verleden herleven. Voor meer informatie kunt u ons mailen.
Wij weten deze mensen echter natuurlijk wel te vinden. Als u het geld er voor over heeft (er komen nog BTW en porto bij) en wilt wachten, dan kunnen wij u helpen. Anders wordt het moeilijk. Tenzij u ze zelf wilt maken. Wij hebben wel patronen (niet op schaal). Als u laat weten wat voor type schoen (welke tijd en welke stand en waar in Europa) u wilt hebben kunnen wij voor u een prijsopgaaf doen. Kijk voor voorbeelden bijvoorbeeld in Olaf Goubitz' boek: Stepping through Time (Zwolle 2001). Mail ons voor bestellingen. Kinderen spelen en speelden, ook in de Middeleeuwen. Er waren weliswaar geen Bart Smits of Toys-R-Ussen, maar ze hadden speelgoed. Het staat afgebeeld op miniaturen en is te zien op beeldhouwwerk en het is teruggevonden in de grond tijdens archeologische opgravingen. Er zijn zelfs exposities in musea en archeologische centra waar deze voorwerpen te zien zijn. U kunt het ook zien en erover lezen in Annemarieke Willemsens boek: Kinder delijt (Nijmegen, 1998). tScapreel laat replica's maken van middeleeuws speelgoed. Daar zijn tollen, hoepels, jojo's, snorrebotten, stokpaardjes, molenspellen, windmolentjes en nog veel meer bij. Vraag ons om een prijsopgaaf. De middeleeuwse geschiedenis (en die erna natuurlijk ook) was vol vorsten: keizers, koningen, hertogen, graven, baronnen en nog veel meer. Veel mensen hebben de namen van hun nationale vorsten in rijtjes en met jaartallen uit hun hoofd moeten leren... en zijn die inmiddels al lang weer vergeten. Al weet elke Nederlander nog wel dat in 1296 Floris V door de edelen vermoord is. Toch wilt u soms weten hoe dat ook al weer zat met die graven en hertogen, of misschien zelfs met de bisschop van Utrecht, een kerkvorst. Wij weten alles van die hoogadellijke dames en heren af. En dat niet alleen die van Nederland, maar van heel Europa. En als het niet bij ons in de kast staat, weten wij ze wel ergens anders te vinden. Met afstamming, echtgenoten, kinderen, geboorte- en sterfdatum (indien bekend), belangrijke gebeurtenissen in hun leven, hun familiewapens en eventueel, indien dat er is, hun portret. Vraag het ons en wij maken prijsopgave voor een A4 met een korte levensbeschrijving van de gewenste persoon tot een heel epistel over een vorstelijke familie. Veel mensen vragen ons naar replica's van wapens, hetzij om zelf te gebruiken hetzij om zo'n wapen als decoratie toe te passen. Wij kunnen die wel leveren, maar daar zijn wel bepaalde voorwaarden en prijzen aan verbonden. Er zijn namelijk verschilende soorten replica's. Als het om blanke wapens gaat (zwaarden, dolken, stokwapens als pieken, hellebaarden, etc) zijn daar de bekende Spaanse replica's die tegenwoordig ook uit India komen. Deze wapens zijn nergens op gebaseerd en kloppen niet met historische voorbeelden. Ze zijn dan ook niet echt duur. Deze wapens leveren wij niet. Dan heb je de wapens van re-enactment kwaliteit. Dat zijn nauwkeurige replica's van bestaande voorbeelden in musea en andere wapenverzamelingen. Wel zijn ze van moderne staalsoorten gemaakt en op moderne manier gesmeed. Voor de veiligheid zijn ze ook nog bot gemaakt, want de re-enacters vechten er mee in hergecreëerde veldslagen en schermutselingen. Ze zijn niet al te duur, maar door het feit dat ze ingevoerd moeten worden uit Duitsland of Engeland komt er wel het nodige aan transportkosten op.
De laatste categorie is die der museum-replica's. Deze wapens worden door echte wapensmeden vervaardigd op de originele manier en zijn exact gelijk aan hun voorbeelden. men kan zich indenken dat dit bijzonder kostbare wapens zijn, die dikwijls duizenden euro's kosten. Er zijn daarbij maar weiniig van dit soort smeden over de hele wereld te vinden en ze hebben het allemaal zeer druk, zodat je soms meer dan een jaar op zo'n product moet wachten. Voor meer informatie kunt u ons mailen. "Maar waar waren de wasvrouwen???" riep Terry Jones in zijn serie The Crusades, toen het over de dames ging die het leger van Richard Leeuwenhart niet meer mochten volgen. Wasvrouwen? Jawel. Want een middeleeuws leger bestond niet alleen uit soldaten. Minstens een kwart, maar soms een derde van het aantal mensen dat langs de baan marcheerde bestond uit niet vechtende personen. Er liepen jonge pages bij, geestelijken, dokters en verplegers, echtgenotes en kinderen, voedselverkopers, paardenknechten, potsenmakers, muzikanten, klerken, ambachtslui en... wasvrouwen. De onderkleding van de mannen moest immers regelmatig gewassen worden? Verbanden werden gewassen, mannen werden in bad gedaan en misschien nog wel meer. In een legerkamp ging het er levendig toe en als een beleg of iets dergelijks langer duurde dan ontstond er bijna een dorp, dat een eigen leven leidde. Er gaan echter ook verhalen dat die wasvrouwen wel wasten, maar dat ze daarnaast ook nog voor het moreel van de troepen zorgden...als dames van plezier dus. Krijgt u nu een ander beeld van het leger in de Middeleeuwen? Was u verrast toen u dit las? Wij weten nog veel meer van die echte, bewijsbare verhalen over alle aspecten van het dagelijks leven tussen 500 en 1700. Vraagt u het ons en u zult antwoord krijgen. Maar wel in ruil voor de onderzoekskosten, natuurlijk. Veel mensen vragen onz naar replica's van wapens, hetzij om zelf te gebruiken hetzij om zo'n wapen als decoratie toe te passen. Wij kunnen die wel leveren, maar daar zijn wel bepaalde voorwaarden en prijzen aan verbonden. Er zijn namelijk verschilende soorten replica's. Als het om blanke wapens gaat (zwaarden, dolken, stokwapens als pieken, hellebaarden, etc) zijn daar de bekende Spaanse replica's die tegenwoordig ook uit India komen. Deze wapens zijn nergens op gebaseerd en kloppen niet met historische voorbeelden. Ze zijn dan ook niet echt duur. Deze wapens leveren wij niet. Dan heb je de wapens van re-enactment kwaliteit. Dat zijn nauwkeurige replica's van bestaande voorbeelden in musea en andere wapenverzamelingen. Wel zijn ze van moderne staalsoorten gemaakt en op moderne manier gesmeed. Voor de veiligheid zijn ze ook nog bot gemaakt, want de re-enacters vechten er mee in hergecreëerde veldslagen en schermutselingen. Ze zijn niet al te duur, maar door het feit dat ze ingevoerd moeten worden uit Duitsland of Engeland komt er wel het nodige aan transportkosten op. De derde categorie is die der halfscherpe wapens. Ze lijken op de re-enacterswapens, maar de randen van de lemmets zijn niet bot, maar enigszins scherp. Ze zien er dus realistischer uit, maar je kunt er nog geen boterham mee snijden. Door hun relatieve scherpte mag er toch niet mee gevochten worden. Het staal van het lemmet is dikwijls wat extra afgewerkt en gepolijst. Ze zien er prachtig uit en zijn heel decoratief, maar niet goedkoop. Ook deze wapens moeten ingevoerd worden. De laatste categorie is die der museum-replica's. Deze wapens worden door echte wapensmeden vervaardigd op de originele manier en zijn exact gelijk aan hun voorbeelden. men kan zich indenken dat dit bijzonder kostbare wapens zijn, die dikwijls duizenden euro's kosten. Er zijn daarbij maar weiniig van dit soort smeden over de hele wereld te vinden en ze hebben het allemaal zeer druk, zodat je soms meer dan een jaar op zo'n product moet wachten. Een gewoon 13e of 14e eeuws re-enacters zwaard van een totale lengte van ca 80 cm, afhankelijk van het type, kost tussen 350,00 en 500,00. Een halfscherp zwaard van de zelfde typen komt op enkele tientallen euro's meer. Houdt altijd rekening met een flinke levertijd. Bestellingen kunt u via een mailtje plaatsen. |